Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/275
275 Cessie en openbare verpanding hebben dezelfde gevolgen voor de verrekeningsbevoegdheid van de debiteur
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD40694:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Met dien verstande dat voor het antwoord op de vraag of voldaan is aan het vereiste dat de tegenvordering bestond en reeds opeisbaar was, in geval van cessie het tijdstip van de overdracht bepalend is en bij verpanding het tijdstip van de mededeling van het pandrecht aan de debiteur.
Dit is de enige uit de wetsgeschiedenis blijkende aanleiding om de verrekeningsmogelijkheden van de debiteur van een vordering na cessie of openbare verpanding daarvan gelijk te schakelen; zie Parl. Gesch. Boek 6, p. 501.
Voor de verrekeningsbevoegdheid van de schuldenaar gelden na mededeling aan hem van het pandrecht op de vordering dezelfde vereisten als na cessie daarvan.1 Is het, bezien vanuit de posities van de betrokkenen, de debiteur, de cedent c.q. de pandgever en de cessionaris c.q. de pandhouder, logisch dat voor de verrekeningsbevoegdheid van de debiteur jegens zijn (oorspronkelijke) schuldeiser (de cedent dan wel de pandgever) na cessie van een vordering dezelfde vereisten gelden als na openbare verpanding daarvan? Mijns inziens is dat inderdaad het geval.
Zowel in geval van cessie van een vordering als in geval van verpanding van een vordering en mededeling daarvan aan de schuldenaar, kan de schuldenaar niet langer aan zijn (oorspronkelijke) schuldeiser bevrijdend betalen; hij kan dat uitsluitend doen door betaling aan de cessionaris of de pandhouder. Tussen een verplichting tot betaling aan een cessionaris dan wel aan een pandhouder zal hij in het algemeen weinig verschil ervaren, zodat er vanuit de positie van de debiteur bezien geen reden is om verschil in zijn verrekeningsmogelijkheden te maken.
Zowel de cessionaris als de inningsbevoegde pandhouder zullen er over het algemeen belang bij hebben dat zij een zo hoog mogelijk bedrag van de vordering innen, de cessionaris omdat het geïnde tot zijn vermogen behoort en de pandhouder omdat het geïnde hem tot verhaal of tot zekerheid strekt. Ook vanuit de positie van de cessionaris en de pandhouder bezien is er geen reden om verschil te maken in de verrekeningsmogelijkheden die de schuldenaar heeft na cessie of openbare verpanding van een vordering.
Zowel een cedent als, na mededeling van het pandrecht aan de debiteur van een vordering, een pandgever ziet zijn belang bij de vordering afnemen, zodat verrekening van een tegenvordering door hen als minder vanzelfsprekend zal worden ervaren.2 In het algemeen zal de pandgever wel een groter belang bij de vordering houden dan de cedent, omdat de vordering na verpanding tot het vermogen van de schuldeiser blijft behoren en na cessie niet. Dit lijkt onvoldoende reden te zijn om onderscheid te maken tussen de verrekeningsmogelijkheden van de debiteur van een vordering na enerzijds cessie van de vordering en anderzijds na openbare verpanding daarvan.