Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/138:138 Geldend recht
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/138
138 Geldend recht
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD18556:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Van Achterberg 1999, nr. 4 en Beekhoven van den Boezem 2003a, p. 97-98.
Zo ook Beekhoven van den Boezem 2003a, p. 98-100.
Vriesendorp 1996, p. 106, Snijders 1999, p. 584, Verhagen en Rongen 2000, p. 105-110, H.J. Snijders in zijn NJ-noot onder HR 17 januari 2003, JOR 2003/52 m.nt. M.H.E. Rongen, NJ 2004, 281 (Oryx/Van Eesteren), Vriesendorp 2003b, p. 193 in zijn annotatie van dit arrest in AA en Asser/Mijnssen/De Haan/Van Dam 3-I 2006, nr. 202.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tekst van art. 3:81 lid 1 en 3:228 BW is duidelijk: op een onoverdraagbare vordering kan geen pandrecht worden gevestigd. Onoverdraagbare vorderingen kunnen niet worden verpand, ongeacht de oorzaak van de onoverdraagbaarheid.1 Op grond van deze artikelen geldt tevens dat beperkingen die gelden voor de overdraagbaarheid van een vordering, tevens gelden voor de verpandbaarheid van die vordering. Is, om een voorbeeld te noemen, overeengekomen dat een vordering uitsluitend met toestemming van de debiteur kan worden overgedragen, dan kan deze eveneens uitsluitend met toestemming van de debiteur worden verpand.2 Een aantal auteurs heeft er voor gepleit om art. 3:228 BW zó uit te leggen, dat krachtens partijbeding onoverdraagbare vorderingen toch kunnen worden verpand, of om in ieder geval de mogelijkheid te aanvaarden dat partijen kunnen overeenkomen dat een krachtens overeenkomst onoverdraagbare vordering wel vatbaar voor verpanding is.3 Hoewel het resultaat van deze opvatting, zoals hierna nog zal blijken, mij aanspreekt, geeft de opvatting van deze auteurs naar mijn mening niet het geldende recht weer.