Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/131
131 Inning van een vordering tot levering van een vordering op naam of van een registergoed.
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 14-08-2025
- Datum
14-08-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD21611:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zo oordeelde de Hoge Raad in zijn arrest van 23 september 1994, NJ 1996, 461 m.nt. WMK (Kas-Associatie/Drying): directe verkrijging van ‘WGE-effecten’ is niet mogelijk, nu daarvoor bijschrijving op naam van de verkrijger vereist is; de Hoge Raad overwoog expliciet dat directe verkrijging slechts mogelijk is van goederen die door enkele bezitsverschaffing kunnen worden geleverd. Voor registergoederen besliste de Hoge Raad zulks reeds in zijn arrest van 2 april 1976, NJ 1976, 450 m.nt. WMK (Modehuis Nolly). Vgl. ook Asser/Van der Grinten/Kortmann 2-I 2004, nr. 128 en Asser/Kortmann/De Leede/Thunnissen 5-III 1994, nr. 153.
Buiten beschouwing blijft de vraag of de curator in het faillissement van de pandgever tot die medewerking gehouden zou zijn.
Problematischer is de inning door de pandhouder en verhaal op het geïnde als het te leveren object een registergoed of een vordering op naam is. Een probleem bij zowel de inning van een vordering tot levering van een registergoed als bij de inning van een vordering tot levering van een vordering op naam lijkt te zijn, dat directe verkrijging van goederen door de pandgever, doordat zij worden geleverd aan de pandhouder in eigen naam, uitgesloten moet worden geacht nu het goederen betreft die niet door bezitsverschaffing, maar door een akte worden geleverd.1 Neemt men met mij aan dat het geïnde tot het vermogen van de pandgever gaat behoren dan verzet niets zich ertegen dat een vordering tot levering van een vordering op naam of van een registergoed wordt geïnd doordat de vordering of het registergoed wordt geleverd aan de pandgever. Wel is de levering een tweezijdige rechtshandeling waarvoor medewerking van de pandgever vereist is. Desgewenst kan de pandgever voor het verrichten van deze handeling een volmacht aan de pandhouder verlenen.2 Op de aan de pandgever geleverde vordering komt na de levering aan de pandgever een substitutiepandrecht van de pandhouder te rusten. Ook eventuele andere pandrechten op de vordering tot levering worden gesubstitueerd door pandrechten op de vordering op naam.