De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/3.3.5:3.3.5 Het verrichten van eenzijdige rechtshandelingen door een vertegenwoordiger
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/3.3.5
3.3.5 Het verrichten van eenzijdige rechtshandelingen door een vertegenwoordiger
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS380426:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
§174 BGB is van overeenkomstige toepassing op de aanvaarding van een aanbod en op geschäftsähnliche Handlungen zoals de ingebrekestelling, Münchener Kommentar zum BGB, §174, nr. 2 (Schramm).
Staudinger/Schilken § 174 BGB, nr. 8; Münchener Kommentar zum BGB, §174, nr. 1 (Schramm).
Münchener Kommentar zum BGB, §180, nr. 1 (Schramm).
§§ 177-179 BGB.
Löwisch en Neumann 2004, nr. 401.
Münchener Kommentar zum BGB, §180, nr. 14 (Schramm).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
128. De geadresseerde van een empfangsbedürftige eenzijdige rechtshandeling die verricht wordt door een bevoegde vertegenwoordiger, kan de eenzijdige rechtshandeling op grond van §174 BGB onverwijld afwijzen.1 De rechtshandeling is dan unwirksam. Het doel van deze bepaling is het bewerkstelligen van zekerheid voor de geadresseerde.2 Als de vertegenwoordiger bevoegd handelt, is de rechtshandeling weliswaar geldig, maar de wederpartij weet dat niet noodzakelijkerwijs. Hij hoeft een eenzijdige rechtshandeling alleen tegen zich te laten gelden, als hij weet dat de vertegenwoordiger bevoegd is, ofwel doordat de vertegenwoordiger bewijs van zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid overlegt in de vorm van een Vollmachtsurkunde ofwel doordat de achterman hem van de vertegenwoordigingsbevoegdheid op de hoogte brengt.
129. Een eenzijdige rechtshandeling die is verricht door een onbevoegde vertegenwoordiger is nietig (grundsätzlich nichtig) en niet vatbaar voor bekrachtiging. Het doel hiervan is het beschermen van het belang van zekerheid van de bij de rechtshandeling betrokken partijen. Zij kunnen zich niet onttrekken aan het eenzijdig handelen van de pseudo-vertegenwoordiger en moeten dus niet tegen hun wil worden blootgesteld aan schwebende Unwirksamkeit (vernietigbaarheid) van de rechtshandeling.3
De sanctie van nietigheid volgt echter niet, als de ontvanger van de verklaring ofwel wist van het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid en ermee akkoord was dat de vertegenwoordiger zonder bevoegdheid handelde, ofwel hij niet heeft geklaagd over de voorgewende vertegenwoordigingsbevoegdheid. In die twee gevallen geldt, net als voor contracten,4 dat de rechtshandelingen vernietigbaar zijn, en dat bevestiging door de achterman ze onaantastbaar maakt.5
De laatste zin van §180 BGB bepaalt dat een eenzijdige rechtshandeling verricht ten overstaan van een onbevoegde vertegenwoordiger geen werking heeft. De rechtshandeling is echter niet nietig. Hij kan werking verkrijgen als de Empfangsvertreter (de ‘ontvangstvertegenwoordiger’) de verklaring doorgeeft aan de geadresseerde. Dan gaat de pseudo-vertegenwoordiger er namelijk mee akkoord, dat de eenzijdige rechtshandeling ten overstaan van hem wordt verricht.6