De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/3.3.7:3.3.7 Tussenconclusie
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/3.3.7
3.3.7 Tussenconclusie
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS381617:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
131. Uit het bovenstaande kunnen twee primaire conclusies worden getrokken. Ten eerste dat naar Duits recht de kwalificatie als einseitiggestaltende Rechtsgeschäft danwel sonstiges einseitiges Rechtsgeschäft bepalend is voor de vraag welke regels van toepassing zijn op de betreffende eenzijdige rechtshandeling. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de uitlegregels, de herroepelijkheid en de vraag of een eenzijdige rechtshandeling onder voorwaarde verricht kan worden. Ten tweede blijkt dat het Duitse recht veel gewicht toekent aan het belang van zekerheid voor de geadresseerde van een eenzijdige rechtshandeling. Zijn rechtspositie wordt beïnvloed zonder zijn instemming, maar bijkomende onzekerheid over die beïnvloeding hoeft hij niet te dulden. Een eenzijdige rechtshandeling waarvoor toestemming moet worden gegeven door een derde, of die wordt verricht door een vertegenwoordiger, kan de geadresseerde onverwijld afwijzen tenzij vaststaat dat de toestemming is verkregen of de vertegenwoordiging bevoegd geschiedt.