De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/7.3.1:7.3.1 Inleiding
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/7.3.1
7.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS391783:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.a. Asser/Maeijer 2-II 1997/70; Pitlo/Löwensteijn 1986, p. 33; Asser/Perrick 4 2013/23; Van Zeben, Boek 2 1962, p. 114-116.
Van Zeben, Boek 2 1962, p. 218-229.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat natuurlijke en rechtspersonen erfgenamen en legatarissen kunnen zijn, staat buiten kijf.1Boek 4 BW bevat wel enkele specifieke bepalingen voor de situatie waarin een rechtspersoon tot erfgenaam is benoemd (art. 4:56 lid 1; 4:135 lid 1 BW), maar zwijgt over vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid. De wenselijkheid van een duidelijk antwoord kan geïllustreerd worden aan de hand van het volgende voorbeeld. Een vader heeft enkele machines en landbouwgrond ter beschikking gesteld aan zijn in een VOF samenwerkende zoons. Hij wil dat zijn zoons genoemde goederen na zijn overlijden verkrijgen, maar alleen voor zover die zoons nog gezamenlijk werkzaam zijn in het bedrijf. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat een inmiddels uitgetreden zoon de goederen verkrijgt. De vraag die nu rijst, is of de VOF als zodanig bevoordeeld kan worden door middel van testament, ter verkrijging van de genoemde goederen of van een bepaald deel van de nalatenschap. Ter beantwoording van deze vraag zal ik hieronder eerst een historisch uitstapje maken naar de vraag of de (nu niet meer bestaande) vereniging zonder rechtspersoonlijkheid kon erven.2