De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/12.4.3:12.4.3 Duitsland en België: werkelijke zetel met renvoi
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/12.4.3
12.4.3 Duitsland en België: werkelijke zetel met renvoi
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS387078:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Referentenentwurf für ein Gesetz zum Internationalen Privatrecht der Gesellschaften,Vereine und juristischen Personen van 7 januari 2008, p. 5; Bellingwout 1996, p. 162.
‘(1) Wird auf das Recht eines anderen Staates verwiesen, so ist auch dessen Internationales Privatrecht anzuwenden, sofern dies nicht dem Sinn der Verweisung widerspricht. Verweist das Recht des anderen Staates auf deutsches Recht zurück, so sind die deutschen Sachvorschriften anzuwenden.’
Bellingwout 1996, p. 16 en 165.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Duitse regels van IPR zijn deels te vinden in het tweede hoofdstuk van het Einführungsgesetz zum Bürgerlichen Gesetzbuche (EGBGB), maar zijn verder voornamelijk in de rechtspraak ontwikkeld. In Duitsland wordt voor personenvennootschappen de werkelijke zetelleer aangehangen. De Sitz is de plaats waar het (hoofd)bestuur van de vennootschap zich bevindt; dit is niet zozeer de plaats waar beleidsvorming plaatsvindt, maar de plaats van waaruit het beleid wordt omgezet in concrete bestuurshandelingen.1 Het aangewezen recht bepaalt zowel óf de vennootschap drager van rechten en plichten kan zijn (algemene rechtsbevoegdheid) als de gevolgen/de omvang van de rechtsbevoegdheid op specifieke gebieden (bijzondere rechtsbevoegdheid, o.a. procesbevoegdheid).2 In art. 4 lid 1 EGBGB3 wordt de zogenoemde renvoi geaccepteerd: als het Duitse IPR het recht van een andere staat aanwijst, dan wordt óók verwezen naar het IPR van die andere staat.4 Wijst Nederlands IPR dus Duits recht aan, dan accepteert Duitsland deze terugverwijzing. Een Duitse OHG die alle of een groot deel van haar activiteiten gaat verrichten in Nederland blijft hierdoor een Duitse OHG.
Ook België hanteert een variant van de leer van de werkelijke zetel en aanvaardt renvoi. Art. 110 Wetboek Internationaal Privaatrecht (WIP) bepaalt: ‘Rechtspersonen worden beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied zich vanaf de oprichting hun voornaamste vestiging bevindt. Indien het buitenlands recht verwijst naar het recht van de staat volgens hetwelk de rechtspersoon is opgericht, is dit laatste recht toepasselijk’. De ‘voornaamste vestiging’ wordt volgens art. 4 § 3 WIP bepaald door in het bijzonder rekening te houden met het bestuurs- en zaken- of activiteitencentrum en in mindere mate ook met de statutaire zetel. Als een Belgische VOF haar activiteiten verplaatst naar Nederland, dan blijft vanwege de terugverwijzing door het Nederlandse IPR naar het oprichtingsrecht het Belgische recht van toepassing.