Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/262:262 Algemene of bijzondere faillissementskosten?
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/262
262 Algemene of bijzondere faillissementskosten?
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD34452:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In dezelfde zin voor de situatie waarin (aanzienlijke) kosten waren gemaakt om leveranciers onder eigendomsvoorbehoud en pandhouders het hunne te kunnen doen toekomen Rb. ’s-Gravenhage 16 juni 1993, NJ 1995, 205 (Tulip Computers/Tiethoff q.q. en Rosenberg Polak q.q.).
Vgl. Boekraad 1997, p. 91-100.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gesteld zou kunnen worden dat de kosten die de curator moet maken om de pandhouder de informatie waarop hij recht heeft te verschaffen, als kosten van vereffening van de boedel tot de algemene faillissementskosten moeten worden gerekend, zodat de pandhouder niet verplicht is deze kosten aan de curator te vergoeden.1 Gevolg van deze benadering zou zijn, dat de pandhouder die zijn vordering geheel uit de opbrengst van zijn zekerheidsrecht voldaan krijgt en daardoor niet bijdraagt aan de algemene faillissementskosten, op geen enkele wijze een bijdrage levert aan de door de boedel gemaakte kosten van de uitoefening van zijn pandrecht, terwijl die kosten volledig door de overige schuldeisers worden gedragen. Dat is mijns inziens onredelijk en onbillijk en daarom onwenselijk.2
De kosten die de curator maakt om de pandhouder in staat te stellen de verpande vorderingen te innen zijn kosten die als kosten van executie in de in art. 3:277 lid 1 BW bedoelde zin zijn aan te merken. Dat inning van een verpande vordering door de pandhouder geen executie is doet daar niet aan af. Art. 3:277 lid 1 BW leent zich mijns inziens voor analoge toepassing. Evenals executie van een verpand goed is de inning van een verpande vordering gericht op het te gelde maken daarvan en - vervolgens - op voldoening van de vordering van de pandhouder uit de opbrengst. Voor de toepassing van art. 3:277 lid 1 BW dient de inning van een verpande vordering naar mijn mening met de executie daarvan te worden gelijkgesteld.
De kosten die de curator voor de informatieverstrekking maakt, zijn kosten die uitsluitend door de tegeldemaking van de verpande vorderingen zijn veroorzaakt. Dergelijke kosten zijn te beschouwen als bijzondere faillissementskosten, die moeten worden voldaan uit de opbrengst van de verpande vorderingen.3 De pandhouder is dan ook gehouden deze kosten aan de curator te vergoeden, indien en voor zover de opbrengst van de verpande vorderingen daarvoor toereikend is.