Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/384:384 Uitoefening van zekerheidsrechten die na de beslaglegging of verpanding zijn ontstaan
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/384
384 Uitoefening van zekerheidsrechten die na de beslaglegging of verpanding zijn ontstaan
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 15-05-2026
- Datum
15-05-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD105917:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Opmerking verdient dat niet iedere wijziging van een vordering of van een met een vordering samenhangend recht die na verpanding van of beslag op de vordering is overeengekomen, aan een pandhouder of beslaglegger kan worden tegengeworpen; zie hiervóór par. 10.5.3.2 en 12.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Men kan zich nog afvragen of een pandhouder casu quo een beslaglegger (door tussenkomst van een deurwaarder) een van de vordering afhankelijk zekerheidsrecht kan uitoefenen indien dit recht eerst na de verpanding of het beslag is ontstaan. H.J. Snijders meent in zijn NJ-noot onder het arrest Rabo/Erven Hengstmengel c.s. van niet. Helaas motiveert hij dit standpunt niet. A. van Hees meent in zijn noot onder dit arrest in JBPR van wel. Van Hees wijst erop dat de redenering van de Hoge Raad ook opgaat voor na de beslaglegging of verpanding gevestigde zekerheidsrechten. Dit argument acht ik overtuigend. Er zijn ook geen dogmatische bezwaren tegen uitoefening van een na de verpanding of beslaglegging gevestigd afhankelijk zekerheidsrecht door de pandhouder of de beslaglegger. Noch verpanding, noch beslaglegging leidt tot (gedeeltelijke) overgang van de vordering. Wat ‘overgaat’ in geval van openbare verpanding en executoriaal beslag is de bevoegdheid om de verpande of beslagen vordering te innen. Ondergaat die vordering c.q. een aan de vordering verbonden recht een wijziging dan kan de pandhouder of beslaglegger deze gewijzigde vordering innen. In beginsel int de pandhouder of beslaglegger de vordering ‘zoals die eruit ziet’ op het moment van inning.1