De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/2.1:2.1 Inleiding
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS387987:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om een duidelijk antwoord op de onderzoeksvraag te kunnen formuleren, dient deze vraag allereerst nader te worden toegelicht. Van een aantal begrippen dient een werkdefinitie te worden gegeven want: wie zijn eigenlijk aan te merken als beroepsbeoefenaren? Wat wordt in dit onderzoek verstaan onder optimaal en waarom? Welke rechtsvormen zullen worden besproken en waarom (slechts) die? En ten slotte: wat wordt verstaan onder het begrip ‘samenwerking’?
Het onderzoek wordt met de bespreking van deze definities ook direct afgebakend. Deze afbakening zal in dit hoofdstuk dan ook worden verantwoord.
In paragraaf 2.2 zal worden gestart met een bespreking van het (begrip) beroep. De kenmerken en achtergrond (deontologie) ervan komen aan de orde evenals wie nu precies zijn aan te merken als beroepsbeoefenaren. Daarnaast wordt besproken welke beroepsgroepen in dit onderzoek worden betrokken en waarom. In paragraaf 2.3 komt aan bod wat in het kader van dit onderzoek onder een optimale rechtsvorm wordt verstaan. Besproken zal worden aan de hand van welke criteria wordt getoetst in hoeverre een rechtsvorm optimaal is. Daarnaast wordt beschreven welke rechtsvormen in dit onderzoek zullen worden onderworpen aan deze toets. Paragraaf 2.4 staat in het teken van een toelichting op het in dit onderzoek gehanteerde begrip ‘samenwerking’. In paragraaf 2.5 wordt afgesloten met een conclusie.