Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/219:219 Het ‘Kleijn-criterium’
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/219
219 Het ‘Kleijn-criterium’
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD29661:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zo ook Kortmann 1989 in nr. 4 van zijn annotatie in AA van het arrest Staal/Ambags q.q.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In zijn noot onder het arrest SOS/ABN heeft Kleijn voorgesteld om een vordering met een toekomstig element in zich als een toekomstige vordering aan te merken indien “(...) nog een element, afkomstig van de debiteur (...) of van de crediteur ontbreekt (...)”. Een vordering met een toekomstig element in zich is volgens Kleijn daarentegen een bestaande vordering, indien een extern element ontbreekt, zoals een voorwaarde of een tijdsbepaling. De meest voor de hand liggende interpretatie van dit criterium is dat een vordering als toekomstig moet worden aangemerkt indien het mede van een door de debiteur of de crediteur te verrichten handeling afhangt of de vordering haar toekomstige element verliest.1 Daarentegen wordt volgens dit ‘Kleijn-criterium’ een vordering als bestaand aangemerkt, zij het mogelijk voorwaardelijk bestaand, indien weliswaar de vordering een toekomstig element in zich heeft, maar dit element niet (mede) een intern element is, zodat de debiteur of de crediteur het wegnemen van dit toekomstige element niet (mede) in de hand hebben.
Een voorbeeld van een vordering met een toekomstig element in zich die volgens dit criterium een toekomstige vordering is, is een nog niet vervallen huurvordering. Of een dergelijke vordering ontstaat zal in het algemeen (mede) afhankelijk zijn van de verschaffing van huurgenot, zodat de crediteur van de vordering, de verhuurder, het ontstaan van de vordering mede in de hand heeft.