De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.7:II.7 Normering van de intrekkingsbevoegdheid
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.7
II.7 Normering van de intrekkingsbevoegdheid
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS380150:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals reeds aangegeven in hoofdstuk 2 zijn alle hiervoor gemaakte onderscheidingen van belang voor de wijze waarop de bevoegdheid tot intrekking mag worden uitgeoefend. Er is daarom gekozen voor een apart hoofdstuk inzake de normering van de intrekkingsbevoegdheid. De hiervoor gemaakte onderscheidingen worden in dit hoofdstuk bezien in het licht van de eisen die aan deze normering worden gesteld. Achtereenvolgens komen aan bod de temporele werking van de intrekking, de eventuele verplichting tot financiële genoegdoening en de voorwaarden ingeval van een bestraffende intrekking, respectievelijk een aantasting van het recht op eigendom.
II.7.1 Temporele werking van de intrekkingII.7.2 De verplichting tot het bieden van financiële genoegdoeningII.7.3 Specifieke vereisten ingeval van een bestraffende intrekkingII.7.4 Specifieke vereisten ingeval van een aantasting van het recht op eigendom