Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/7.1
7.1 Inleiding
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS412101:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie artikel 2:308 BW e.v. voor de Nederlandse implementatie van de Richtlijn 78/855/EEG van de Raad van Ministers van de Europese Gemeenschappen van 9 oktober 1978.
Onder meer R. Russo en P.J. van der Korst, Juridische fusie: civiel- en fiscaalrechtelijkbeschouwd, Lelystad: Koninklijke Vermande 1996, R.J. de Vries, Juridische fusie, Deventer: Kluwer 1998, D.F.M.M. Zaman, L.H. Donkers en P.H.M. Simonis, Juridische fusie en splitsing vanNV’s en BV’s, Amersfoort: Sdu 2003 en Dominique Villemot, ‘Holding Companies and the Right to Deduct Input VAT’, Derivatives and Financial Instruments March/April 2008.
Anders dan voor activa-passiva-transacties en de overdracht van een aandelenbelang geldt, zijn de juridische fusie en splitsing afzonderlijk in het civiele recht geregelde manieren om een (deel van een) onderneming over te dragen of te beëindigen.1
Over de vraag wat in algemene zin de btw-gevolgen zijn van de juridische fusie en splitsing wordt verschillend gedacht. Over de vraag bestaat bovendien rechtspraak van het Hof van Justitie noch enig Nederlands rechtscollege. Dit geldt derhalve eveneens voor de vraag of de vermogensovergang ingevolge een juridische fusie of splitsing binnen het toepassingsbereik van de geruisloze overgang in de btw valt. Daarnaast geldt dat de juridische fusie en splitsing in het licht van andere belastingmiddelen fiscaalwetenschappelijk meer in de belangstelling staat.2 De btw blijft hierin tot op heden achter.
Ik onderzoek in dit hoofdstuk de btw-gevolgen van de overgang van de onderneming door juridische fusie of splitsing.
Dit hoofdstuk is gebouwd op de fundamenten van het toetsingskader uit hoofdstuk 2. Ik begin daarom met het bespreken van de geschreven normen in de Btw-richtlijn. Vervolgens onderzoek ik de invulling van deze normen aan de hand van de rechtspraak en (lagere) regelgeving. Ik toets het aangetroffen positieve recht aan het vereiste van materiële rechtszekerheid en de wezenlijke kenmerken van de btw. Op die wijze onderscheid ik het positieve van het wenselijke recht.