Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/3.4.1
3.4.1 Kwantitatieve beleggingsrestricties
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS599898:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Maatman 2003, p. 646; en Maatman 2004a, p. 228.
Davis 2002, p. 165.
Maatman 2003, p. 646.
Davis merkt terecht op dat kwantitatieve beleggingsrestricties geen rekening houden met de correlaties tussen beleggingen (Davis 2002, p. 169).
Dit voorbeeld ontleen ik aan Maatman 2004a, p. 229.
De verplichtingenstructuur van een fonds betreft de pensioenuitkeringen die het in de toekomst moet verrichten. Een “grijs” pensioenfonds heeft op korte termijn grote uitkeringen te verrichten. Het heeft een korte beleggingshorizon, Een “jong” pensioenfonds daarentegen heeft eerst over tientallen jaren grote uitkeringen te verrichten. Dat fonds heeft een veel langere beleggingshorizon.Het kan het zich veroorloven als er wat “slechte jaren” tussen zitten; er is nog tijd om tussentijdse verliezen goed te maken. Zie bijv. Kuiper & Lutjens 2011a, p. 7.
Maatman 2003, p. 646; Davis 2002, p. 170; Hu, Stewart & Yermo 2007, p. IV.
Kwantitatieve beleggingsrestricties beperken de mogelijkheid om in een bepaald actief of in een bepaalde beleggingscategorie te beleggen. Dat kan door die belegging te verbieden of door een grens te stellen aan de omvang die die belegging mag hebben. Diversificatie wordt dan afgedwongen doordat het overige vermogen in andere beleggingen gestoken moet worden. Een thans geldend voorbeeld is de beperkte mate waarin beleggen in de bijdragende onderneming is toegestaan.
Typerend bij kwantitatieve restricties is dat elke beleggingscategorie of belegging op zichzelf op zorgvuldigheid wordt beoordeeld.1 Ze worden daarom ook wel een “prudent investment approach” genoemd.2
Beleggingen met een hoge volatiliteit, geringe liquiditeit of hoog kredietrisico worden veelal uitgesloten.3 Dit heeft zijn nadelen, omdat dergelijke beleggingen juist gunstig voor de portefeuille kunnen uitpakken. Een belegging met een hoog risico kan een portefeuille veiliger (minder volatiel) maken wanneer de koersbewegingen van de belegging en de portefeuille niet gelijk lopen.4 Voor een illiquide lening met verhoogd kredietrisico kan een belegger een hogere rente bedingen.5 Kwantitatieve beleggingsrestricties zijn echter grofmazig: ze houden geen rekening met de samenstelling van de portefeuille als geheel. Voorts houden ze geen rekening met de specifieke situatie van een pensioenfonds, zoals de individuele verplichtingenstructuur van een fonds.6 Ook differentiëren ze niet tussen de kwaliteit van de organisatie van de verschillende pensioenfondsen (of hun vermogensbeheerders). Ze staan daarom in de weg aan effectief vermogensbeheer en leiden tot een suboptimale vermogensallocatie.7