Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/7.5.3.2
7.5.3.2 Motivering
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS363925:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kamerstukken II, 2000/01, 25 732, nr. 16, p. 7: “Het verwerven van de controle brengt met zich dat beslissende invloed kan worden uitgeoefend op besluiten.” Verder werd gesproken van het door de grootaandeelhouder te gebruiken overwicht “teneinde beslissingen door te drukken ten detrimente van de overige aandeelhouders”.
Nieuwe Weme 2004, p. 124 (over de benoeming of het ontslag van de meerderheid van de leden van het bestuur of de RvC).
Doorman 2006, p. 237 en Doorman 2008-2, p. 499.
Nieuwe Weme 2004, p. 123-124.
Clumpkens/Kooij 2012, p. 428 en Nieuwe Weme/Van Solinge 2006, p. 214.
Zie art. 3 lid 2 Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (EG-concentratieverordening) jo art. 26 Mededingingswet. Zie verder HvJ EU 17 september 2014, C-242/13, ECLI:EU:C:2014:2224, NJ 2015/42 m.nt. Mok (gerectificeerd bij beschikking van 23 oktober 2014, ECLI:EU:C:2014:2326) (Commerz Nederland NV/Havenbedrijf Rotterdam NV), punt 31 (staatssteun) en HvJ EG 10 november 1998, ECLI:EU:C:1998:525 (Gemeente Arnhem en Gemeente Rheden/BFI Holding BV), punt 53 (aanbesteding).
Zie HvJ EG 23 oktober 2007, ECLI:EU:C:2007:623 (Commissie/Duitsland), punt 13 en HvJ EG 13 april 2000, ECLI:EU:C:2000:205 (Baars), punt 22 en 26.
Zie Kamerstukken II, 1980/81, 16 631, nr. 3, p. 6 en nr. 6, p. 24, inzake het feitelijke beleidsbepalerschap bij bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:138/248 lid 7 BW): “[…] Niet wordt gedoeld op adviseurs […] of anderen die weliswaar op het beleid van het bestuur een sterke of zelfs beslissende invloed kunnen hebben, doch die niet daadwerkelijk de bestuurstaak uitoefenen.” Verder hanteert de OK deze term bij het opleggen van onmiddellijke voorzieningen, maar niet consequent, zie OK 17 januari 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ4532, r.o. 3.11: “Voorts zal de Ondernemingskamer bepalen dat met ingang van heden alle aandelen in Beheer BV ten titel van beheer zijn overgedragen aan een daartoe door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder, zodat ook op het niveau van de aandeelhoudersvergadering besluitvorming kan plaatsvinden zonder (beslissende) invloed(onderstr. JHLB) van een der partijen.” Idem OK 3 december 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BY9028, r.o. 3.7. Vgl. OK 17 januari 2007, JOR 2007/42 m.nt. Blanco Fernández, (r.o. 3.11) en r.o. 3.13: “De Ondernemingskamer acht dan ook termen aanwezig te verhinderen dat de Stichting beslissende invloed(onderstr. JHLB) kan uitoefenen in de algemene vergadering van aandeelhouders van Stork.” Elders wordt van van “(blokkerende) invloed” gesproken, zie OK 12 december 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:4952, r.o. 3.14.
Voor het aannemen van de controle is doorslaggevende invloed vereist. Invloed als zodanig is te onbepaald en daarom als onderscheidend criterium niet goed hanteerbaar. Bovendien zou de bieddrempel onaanvaardbaar laag komen te liggen. Controle gaat verder dan invloed alleen, zelfs als het gaat om invloed op belangrijke besluiten betreffende de identiteit of het karakter van de vennootschap of de strategie van de onderneming (zie uitgebreid § 7.5.5-7.5.6). Wie een eigen bestuurder of commissaris mag benoemen heeft wellicht invloed op de strategie, maar doorslaggevende invloed ontstaat pas wanneer de meerderheid binnen het bestuur of de RvC wordt verworven (zie ook § 7.5.6.3 sub I.ii). Ook in tal van andere situaties kan invloed bestaan zonder dat dat ook maar in de buurt komt van de controle. Denk bijvoorbeeld aan de uitoefening van het agenderingsrecht van art. 2:114a BW.
Voorafgaand aan het wetsvoorstel tot implementatie van de Overnamerichtlijn gingen de gedachten ook al in de richting van beslissende invloed.1 Bovendien lijkt hierover in de literatuur consensus te bestaan; de verschillende schrijvers, die voor een materieel controlecriterium hebben gepleit, spreken van de mogelijkheid om een bepaald besluit te nemen2, controle van de AvA met betrekking tot een bepaald onderwerp3 , het hebben van beslissende of doorslaggevende invloed4 of het hebben van beslissende zeggenschap.5 Andere rechtsgebieden waar dit criterium een belangrijke rol speelt, zijn het Europese mededingingsrecht6 en de vestigingsvrijheid7. Ten slotte is dit ook geen onbekende in het Nederlandse vennootschapsrecht.8
Het element “doorslaggevende invloed” is overigens niet in strijd met het in de acting in concert-regeling gehanteerde doelcriterium. Onder dat criterium hoeft niet te worden gekeken naar het resultaat van de samenwerking, maar is enkel maatgevend met welke intentie is samengewerkt (hoofdstuk 6). Ook indien wordt uitgegaan van doorslaggevende invloed is niet van belang of het beoogde resultaat uiteindelijk wordt bereikt, dan wel of het resultaat kan worden toegeschreven aan de samenwerkende aandeelhouders (vgl. eerder § 6.2.3.4).