Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/14:14 Stil pand
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/14
14 Stil pand
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD12868:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 8. Dat de wet geen expliciete bepaling kent die de vestiging van een openbaar pandrecht op toekomstige vorderingen beperkt, betekent niet dat de openbare verpanding daarvan onbeperkt mogelijk is. De voor de vestiging van een openbaar pandrecht op zowel bestaande als toekomstige vorderingen vereiste mededeling van het pandrecht aan de debiteur is uitsluitend mogelijk als de debiteur bekend is; zie art. 3:94 lid 1 jo. 3:98 BW.
Vgl. art. 3:246 BW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit boek heeft stil pandrecht op vorderingen op naam als onderwerp. Dat wil niet zeggen dat aan openbare pandrechten geen aandacht wordt besteed. Er worden vragen behandeld die kunnen rijzen nadat een stil pandrecht, door mededeling daarvan aan de debiteur van de verpande vordering, een openbaar pandrecht geworden is.
Om twee redenen wordt wel afzonderlijke aandacht besteed aan stille pandrechten, maar niet aan als openbaar pandrecht gevestigde pandrechten. De eerste reden is dat de wettelijke regeling van het stil pandrecht enkele in dit boek te behandelen vragen oproept die niet van belang zijn voor de regeling van het openbaar pandrecht. Een voorbeeld van zo een vraag is art. 3:239 lid 1 BW, waarin de mogelijkheid om stille pandrechten te vestigen op toekomstige vorderingen is beperkt tot vorderingen die rechtstreeks voortvloeien uit een bestaande rechtsverhouding, een beperking die niet geldt voor de vestiging van een openbaar pandrecht.1
De tweede reden om geen afzonderlijke aandacht te besteden aan pandrechten die als openbaar pandrecht zijn ontstaan, is dat het voor de in dit boek te behandelen vragen niet zinvol is om onderscheid te maken tussen enerzijds een pandrecht dat als openbaar pandrecht is gevestigd en anderzijds een pandrecht dat als stil pandrecht is ontstaan, maar dat door mededeling van het pandrecht aan de debiteur van de vordering een openbaar pandrecht geworden is.2 Een dergelijk onderscheid wordt ook niet gemaakt in de wettelijke bepalingen die van toepassing zijn op pandrechten die aan de debiteur van de vordering zijn medegedeeld.