Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/9.3.3
9.3.3 Afstand door eenzijdige rechtshandeling
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS373231:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
In de parlementaire geschiedenis bij het huidige art. 6:127BW overwoog de wetgever dat het vanzelf sprak dat van de bevoegdheid tot verrekening bij overeenkomst kanworden uitgesloten of dat van die bevoegdheid (eventueel bij voorbaat) eenzijdig afstand kan worden gedaan. Een uitdrukkelijke daartoe strekkende bepaling werd niet opgenomen, omdat dat ten onrechte de indruk zou kunnen wekken dat het bij andere bevoegdheden die een partij jegens haar wederpartij heeft, niet mogelijk is om die bevoegdheid bij overeenkomst of door eenzijdige afstand prijs te geven. Zie Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 495 (MvA II). Hieruit leid ik af dat van wilsrechten eenzijdig afstand kan worden gedaan. In gelijke zin W. Snijders 1999 I, p. 560. Naar Duits recht wordt ook aangenomen dat met een eenzijdige, gerichte wilsverklaring afstand gedaan kan worden van Gestaltungsrechte, zie Kleinschmidt 2004, p. 5; Münchener Kommentar zum BGB, §397, nr. 19 (Schlüter); Flume 1992, p. 136; Adomeit 1969, p. 40; Palandt/Grüneberg §397 BGB nr. 4; Staudinger/Feldmann/Löwisch, §311 BGB, nr. 61.
Tjittes 1992, nr. 40. Hijma noemt bevestiging een indirecte vorm van afstand, Hijma 1988, p. 166.
HR 1 december 1938, NJ 1939/459, m.nt. EMM (NV Illustra/Reinartz). Zie bijv. Ook HR 7 oktober 1994, NJ 1995/171. De werknemer die in strijd met de voor opzegging geldende bepalingen en in strijd met een wettelijk opzegverbod ontslagen is, kan de nietigheid van het ontslag inroepen. Van dit beroep kan de werknemer afstand doen door een ondubbelzinnige wilsverklaring. Het onregelmatig ontslag beëindigt dan alsnog de dienstbetrekking. De werkgever wordt op grond van art. 7A:1639o schadeplichtig. De werknemer kan door een duidelijke en ondubbelzinnige, op deze afstand gerichte wilsverklaring eveneens afstand doen van zijn aanspraak op schadevergoeding.
Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 495 (MvA II); HR 18 maart 1955, NJ 1956/322 (Van Haeften/Biscuitfabriek Patria); Faber 2005, nr. 20.
Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 495 (MvA II); Tjittes 1992, nr. 14.
Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 495 (MvA II); zie voor een voorbeeld waarin partijen contractueel afstand deden van hun recht tot ontbinding en vernietiging Rb. Rotterdam 22 oktober 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:8660.
Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 495 (MvA II).
Rb. Amsterdam 10 december 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:7909; Strijbos 1985, p. 127.
Tjittes 1992, p. 41; Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II 2013/438.
W. Snijders 1999 I, p. 561; HR 14 mei 2004, NJ 2005/236; HR 18 oktober 2002, NJ 2002/565. Afstand van verkrijgende verjaring is niet mogelijk, uit oogpunt van derdenbescherming, Tjittes 1992, nr. 41.
Art. 2:49 lid 3, 2:58 lid 1, 2:101/210 lid 3 en art. 2:138/248 lid 6 BW.
Art. 143 lid 4, 334, 358 lid 1 en 400 Rv; HR 8 juni 2007, AAe 2007, nr. 12, p. 977, m.nt. H.B. Krans.
HR 23 maart 2007, NJ 2007/178; HR 9 september 2005, NJ 2007/140.
HR 27 oktober 2000, NJ 2000/512; HR 10 september 1993, NJ 1994/272; HR 21 juni 1991, NJ 1991/726 (Clarisse/Plokhaar); HR 9 maart 1990, NJ 1990/414 (Wigman/Lievens q.q.); HR 13 januari 1981, NJ 1981/79; HR 17 december 1948, NJ 1949/77; Tjittes 1992, nr. 12.
Zie uitgebreid over het onderscheid tussen gerichte en ongerichte eenzijdige rechtshandelingen par. 2.3.5.
Zie noot 111 in hoofdstuk 2 voor verdere verwijzingen.
385. De volgende afstandsfiguren komen tot stand door een eenzijdige wilsverklaring:
Afstand van een eigendomsrecht op een roerende zaak (derelictie) (art. 5:18 BW);
Afstand van bezit (art. 3:117 BW);
Afstand van wilsrechten,1 zoals:
Afstand van het beroep op een vernietigingsgrond (bevestiging) (art. 3:55 BW);2
Afstand van een beroep op nietigheid (bekrachtiging) (art. 3:58 BW);3
Afstand van een beroep op onbevoegde vertegenwoordiging (bekrachtiging) (art. 3:69 BW);
Verwerping van een aanbod;
Afstand van de bevoegdheid tot verrekening;4
Afstand van een opschortingsrecht;5
Afstand van de bevoegdheid tot ontbinding van een overeenkomst wegens een tekortkoming van de wederpartij;6
Afstand van de bevoegdheid tot het aanvaarden van een derdenbeding;7
Afstand van het recht om zich tegen buitengerechtelijke vernietiging te verzetten (berusting);8
Afstand van een beroep op een contractuele vervaltermijn;9
Afstand van een beroep op bevrijdende verjaring (art. 3:322 lid 2 BW).10
Afstand van het recht op terugvordering van een onverschuldigd betaalde prestatie (art. 6:208 BW);
Afstand van huwelijksgemeenschap (art. 1:103 BW);
Afstand van legaat, nalatenschap of legitieme portie (art. 4:190, art. 4:63 lid 3 BW);
Déchargebesluit (ex post vrijwaring van bestuurders en commissarissen);11
Vermindering van eis (art. 129 Rv);
Berusting;12
Prijsgeven van verweren in hoger beroep (art. 348 Rv);
Afstand van instantie (art. 249-250 Rv);
Afstand van beginsel van hoor en wederhoor;13
Afstand van recht om getuigen te horen.14
386. Een vervolgvraag is of eenzijdige afstand door een gerichte of door een ongerichte wilsverklaring tot stand komt. Dat hangt ervan af, of het doen van afstand kan worden beschouwd als een tot een wederpartij gerichte wilsverklaring, of als een verklaring van algemene aard die niet aan een wederpartij is geadresseerd.15 Afstand van een wilsrecht, zoals bevestiging, vereist een wilsverklaring die gericht is tot de wederpartij in de rechtsverhouding waarbinnen de bevoegdheid kan worden uitgeoefend. Afstand van een eigendomsrecht op een roerende zaak is daarentegen ongericht.16