De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.19.2.1:IV.19.2.1 Duitsland
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.19.2.1
IV.19.2.1 Duitsland
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS374125:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
BT-Dr. 7/910, p. 67. Daarmee werd onder meer aangesloten bij het onderscheid zoals dat ook in de literatuur werd gemaakt. Verwezen wordt naar Haueisen in NJW 1958/642.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Duitse intrekkingsregeling zoals neergelegd in de §§ 48 en 49 VwVfG is opgehangen aan het onderscheid tussen de intrekking van onrechtmatige en de intrekking van een rechtmatige beschikking. Gelet op de tekst van deze bepalingen ziet § 48 VwVfG op de intrekking van een onrechtmatige beschikking (Rücknahme) en § 49 VwVfG op de intrekking van een rechtmatige beschikking (Widerruf). Blijkens de parlementaire geschiedenis was de wetgever van oordeel dat de (on)rechtmatigheid van de beschikking het belangrijkste aanknopingspunt was voor de vraag of een beschikking al dan niet kon worden ingetrokken:
‘Die von anderer Seite […] vorgeschlagene Verwendung der Begriffe “Rücknahme“ für die Rückgängigmachung belastender und “Widerruf“ für die Rückgängigmachung begünstigender Verwaltungsakte erscheint unzweckmäβig, weil die Rechtswidrigkeit oder die Rechtmäβigkeit eines Verwaltungsaktes dessen wichtigstes Kriterium ist und die Frage der Begünstigung oder Belastung lediglich als modifizierendes Element hinzutritt.’1
Gelet op de tekst van § 48 VwVfG is voor het bestaan van de intrekkingsbevoegdheid voldoende dat de beschikking onrechtmatig is. De eerste volzin van deze bepaling luidt immers:
‘Ein rechtswidriger Verwaltungsakt kann, auch nachdem er unanfechtbar geworden ist, ganz oder teilweise mit Wirkung für die Zukunft oder für die Vergangenheit zurückgenommen werden.’
Voor het bestaan van de intrekkingsbevoegdheid is, zo blijkt uit dit citaat, niet van belang wat de aard of de oorzaak van de onrechtmatigheid is, meer specifiek of de onrechtmatigheid is veroorzaakt door handelen van de burger – bijvoorbeeld doordat deze onjuiste informatie heeft verstrekt – of door handelen van de overheid – bijvoorbeeld doordat een fout is gemaakt bij verlening van de beschikking. Een en ander sluit aan bij de in het verleden in Duitsland bestaande opvatting dat een onrechtmatige beschikking moest kunnen worden ingetrokken, ook wel aangeduid als de freie Rücknehmbarkeit. Dit uitgangspunt komt in de huidige regeling inzake intrekking als zodanig niet meer terug. Voor het antwoord op de vraag of het bestuursorgaan in het concrete geval daadwerkelijk tot intrekking mag overgaan, is van belang in hoeverre de geadresseerde heeft vertrouwd op het in stand blijven van de beschikking. Van het vertrouwensbeginsel gaat aldus een normerende werking uit. Een en ander neemt niet weg dat het voor het bestaan van de bevoegdheid tot intrekking op grond van § 48 VwVfG voldoende is dat sprake is van een onrechtmatige beschikking.