Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/7.2.1.4
7.2.1.4 Het beroepspensioenfonds
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS594130:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 2003-2004, 29481, nr. 3, p. 4-5.
Deze zijn opgenomen in art. 43 Wvb (uitbesteding) en art. 130 Wvb (prudent person-regel). De voorschriften zijn nagenoeg gelijk. Het enige verschil is dat in de Wvb de bepaling ontbreekt dat een pensioenfonds niet meer dan 5% in de bijdragende onderneming belegt respectievelijk 10% in de groep van ondernemingen waartoe de bijdragende onderneming eventueel behoort. Dat is logisch: een beroepspensioenfonds kent geen bijdragende onderneming. De uitbestedingsregels en de prudent person-regel zijn voorts, net als hun zusterbepalingen in de Pensioenwet, nader uitgewerkt in het Bupw en het Besluit FTK.
In andere gevallen is deelneming in een pensioenfonds verplicht gesteld voor een gehele beroepsgroep. De verplichte deelneming geldt dan niet enkel voor de werknemers in die beroepsgroep, maar (juist) ook voor de zelfstandige beroepsgenoten (al dan niet met personeel in dienst). Bekende voorbeelden van beroepsgroepen die verplicht deelnemen in een pensioenfonds zijn het notariaat, artsen en het loodswezen.
De deelneming is in die gevallen verplicht op grond van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb). De verplichtstelling is bij uitstek gericht op beroepsgroepen waarin het aantal beroepsgenoten in dienstverband (zeer) beperkt is.1 Als regel ontbreekt dus een arbeidsrelatie en een pensioendriehoek. De binding van de beroepsgenoot aan het pensioenfonds krijgt daarom op andere wijze vorm.
In de systematiek van de Wvb wordt de positie van de werkgever in de pensioendriehoek min of meer overgenomen door een beroepspensioenvereniging. Een beroepspensioenvereniging heeft als enige doel om een pensioenregeling voor de beroepsgroep te verzorgen.2 Vertegenwoordigt de beroepspensioenvereniging een belangrijke meerderheid van de beroepsgroep, dan kan zij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verzoeken om een beroepspensioenregeling voor de beroepsgroep verplicht te stellen.3 De inhoud van die pensioenregeling komen de beroepsgenoten zelf overeen.4 De beroepspensioenvereniging brengt de uitvoering van de pensioenregeling onder bij een pensioenuitvoerder door het sluiten van een uitvoeringsovereenkomst.5
Door de onderbrenging ontstaat een relatie tussen de beroepsgenoot en de pensioenuitvoerder. Die relatie wordt vastgelegd in een pensioenreglement.6 De inhoud daarvan moet nauw aansluiten bij de inhoud van de beroepspensioenregeling. Pensioenuitvoerders die op grond van de Wvb een pensioenregeling uitvoeren, moeten eveneens voldoen aan de prudent person-regel en aan dezelfde uitbestedingsregels als pensioenfondsen die onder de Pensioenwet vallen.7 Ik ga hierna daarom niet apart meer in op de Wvb.