Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/98
98 Toeëigening, afdracht van een surplus
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD25067:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Asser/Mijnssen/De Haan/Van Dam 3-I 2006, nr. 468.
Zie voor een vroeg voorbeeld van dit bezwaar Tydeman 1873, p. 96. Zie voor een later voorbeeld Van Nierop 1928, p. 34, die mede om deze reden pleitte voor de mogelijkheid van stille verpanding.
Zoals andere pand- of hypotheekhouders of beslagleggers.
Zie voor het huidige recht voor wat betreft (de door inning verkregen opbrengst van) een pandrecht op een vordering art. 3:246 lid 5, art. 3:255 en art. 3:253 lid 1 BW.
Snijders/Rank-Berenschot 2007, nr. 519.
Een ander bezwaar dat tegen eigendomsoverdracht tot zekerheid is aangevoerd, is dat de fiduciaire eigenaar meer bevoegdheden krijgt dan hij in het kader van zekerheidsverschaffing nodig heeft.1 Zo zou hij de ‘overwaarde’ van de aan hem tot zekerheid overgedragen goederen in beginsel kunnen behouden: verkoopt hij de goederen waarvan hij eigenaar of rechthebbende is, of int hij de aan hem overgedragen geldvorderingen, dan zou hij de opbrengst mogen behouden, ook indien deze hoger is dan de vordering tot zekerheid waarvan de goederen aan hem waren overgedragen.2
Een pand- of hypotheekhouder is daarentegen, afgezien van rechten van derden op de opbrengst,3 gehouden een surplus uit te keren aan de pand- of hypotheekgever.4 Tevens is een beding waarbij aan de pand- of hypotheekhouder het recht van toeëigening van het verbonden goed wordt toegekend nietig: art. 3:235 BW.5 De ratio van deze regels is overbedeling van de zekerheidsnemer door een vermogensverschuiving van de zekerheidsgever naar de zekerheidsnemer te voorkomen.6