De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/3.3.6:3.3.6 Veranderde omstandigheden
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/3.3.6
3.3.6 Veranderde omstandigheden
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS377960:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Münchener Kommentar zum BGB, §313, nr. 50 (Finkenauer). Zie in gelijke zin Palandt/Grüneberg §313 BGB, nr. 8.
Beck’scher Online-Kommentar zum BGB, §313, nr. 10-11 (Lorenz); Staudinger/Wufka § 313 BGB, nr. 59; zie ook Schmidt 2013, p. 355 die analoge toepassing van §313 BGB op het aanbod mogelijk acht.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/457; Schoordijk 1979, p. 479.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
130. §313 BGB ziet op het wijzigen van een overeenkomst wegens veranderde omstandigheden. Dat is mogelijk als omstandigheden die aan de basis van het contract liggen na contractssluiting ingrijpend gewijzigd zijn, partijen het contract niet of met een andere inhoud zouden hebben gesloten als zij de verandering voorzien hadden en als redelijkerwijs niet van (één van de) partijen gevorderd kan worden dat het contract onveranderd in stand blijft. Abs. 2 stelt aan een verandering van omstandigheden de situatie gelijk dat een wezenlijke vooronderstelling die de grondslag van het contract vormde, onjuist blijkt te zijn.
Omstreden is of §313 BGB van overeenkomstige toepassing is op eenzijdige rechtshandelingen. Het BGH heeft geoordeeld dat de Lehre von der Geschäftsgrundlage die aan §313 BGB ten grondslag ligt – een toepassing van de Treu und Glauben van §242 BGB die er kort gezegd op neerkomt dat de inhoud van een overeenkomst mede wordt bepaald door gemeenschappelijke voorstellingen van de contractspartijen die niet uitdrukkelijk in de overeenkomst zijn opgenomen – niet van toepassing is op het legaat.1
§313 BGB is daarmee niet van toepassing en alleen in de sleutel van uitleg kan rekening gehouden worden met gewijzigde omstandigheden. Finkenauer meent dat de Lehre von der Geschäftsgrundlage wel geldt voor eenzijdige rechtshandelingen, maar stelt dat §313 BGB desalniettemin niet kan worden toegepast.2 Het verrichten daarvan ligt immers geheel in de macht van één persoon, en het ten nadele wijzigen van omstandigheden valt geheel binnen zijn risicosfeer. In de omgekeerde situatie dat de omstandigheden ten positieve wijzigen, kan de geadresseerde van een eenzijdige rechtshandeling niet aanvoeren dat de grondslag aan de verklaring is ontvallen. De verklarende moet zich dus ook niet op veranderde omstandigheden kunnen beroepen als dat voor hem nadelig uitpakt.
Andere auteurs menen daarentegen dat §313 BGB wel kan worden toegepast op eenzijdige rechtshandelingen, voor zover dat niet expliciet is uitgesloten.3 Ook de uitoefening van eenzijdige rechtshandelingen kan volgens hen een correctie behoeven wegens gewijzigde omstandigheden.
De regeling voor gewijzigde omstandigheden is voor het Nederlandse recht neergelegd in art. 6:258 BW. Analoge toepassing van de regeling op eenzijdige rechtshandeling wordt in de literatuur in bepaalde gevallen mogelijk geacht, bijvoorbeeld bij een onherroepelijk aanbod.4 Ook volgens de parlementaire geschiedenis is het niet uitgesloten dat het artikel van toepassing is op eenzijdige toezeggingen die gedurende langere tijd in stand moeten worden gehouden.5