De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/10.1:10.1 Gerichte en ongerichte eenzijdige rechtshandelingen
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/10.1
10.1 Gerichte en ongerichte eenzijdige rechtshandelingen
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS374397:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
396. In hoofdstuk 2 heb ik in kaart gebracht welke eenzijdige rechtshandelingen het Nederlandse privaatrecht kent. Dit zijn de rechtsfeiten, die in het stelsel van het verbintenissenrecht kunnen worden gecategoriseerd als eenzijdige rechtshandeling, omdat het rechtsgevolg intreedt als beoogd gevolg van de wilsuiting van één partij. Deze figuren zijn onderling zeer verschillend. De eenzijdige rechtshandelingen hebben mijns inziens geen verdere gemene deler. De verscheidenheid betekent niet, dat er geen enkel onderling verband bestaat tussen de verschillende eenzijdige rechtshandelingen. In dit hoofdstuk trek ik enkele algemene conclusies. De categorie van eenzijdige rechtshandelingen bestaat uit enerzijds gerichte en anderzijds ongerichte eenzijdige rechtshandelingen. In de wet worden gerichte eenzijdige rechtshandelingen op een aantal punten gelijkgeschakeld met meerzijdige rechtshandelingen, terwijl voor ongerichte eenzijdige rechtshandelingen een afwijkend regime geldt.1
397. Ook in het Duitse en Engelse recht worden de gevallen van eenzijdig handelen met beoogd rechtsgevolg nader gecategoriseerd. In het Duitse recht worden einseitige Rechtsgeschäfte gekwalificeerd als ofwel de uitoefening van wilsrechten, ofwel als sonstige (overige) einseitigeRechtsgeschäfte. In het Engelse recht kunnen de voorbeelden van eenzijdig handelen met beoogd rechtsgevolg gekenschetst worden als ofwel quasi-contractueel handelen, ofwel als een eenzijdige goederenrechtelijke transactie (voluntary property transactions).
Beide indelingen zijn mijns inziens niet over te nemen voor het Nederlandse recht. Zoals hierna zal blijken, behelst de categorie van gerichte eenzijdige rechtshandelingen meer dan alleen gevallen van uitoefening van een wilsrecht. Andersom kunnen sommige wilsrechten worden uitgeoefend door een ongerichte eenzijdige rechtshandeling. Een voorbeeld hiervan is de verwerping van een nalatenschap. De Engelse benadering is voor het Nederlandse recht niet bruikbaar nu de figuren die naar Engels recht worden gekwalificeerd als voluntary property transactions en die eenzijdig kunnen worden uitgevoerd, naar Nederlands recht veelal geen eenzijdige rechtshandelingen zijn.
398. De eenzijdige rechtshandelingen die in hoofdstuk 2 en in deel II zijn geïdentificeerd, kunnen mijns inziens als volgt worden gekwalificeerd:
Gerichte eenzijdige rechtshandelingen
Ongerichte eenzijdige rechtshandelingen
Aanbod
Uiterste wilsbeschikking
Herroeping
403-verklaring
Bevestiging
Derelictie
Bekrachtiging
Besluit van een rechtspersoon
Ontbinding
Oprichting van een rechtspersoon
Vernietiging
Splitsing in appartementsrechten
Toestemming
Verwerping of aanvaarding van een legaat of een nalatenschap
Opzegging van overeenkomsten
Opzegging van beperkte rechten
Afstand van huwelijksgemeenschap
Verrekeningsverklaring
Ongedaanmaking wettelijke verdeling van een nalatenschap
Volmachtverlening
Uitloving
Aanvaarding of verwerping van een aanbod
Aanzegging in de zin van art. 3:57 BW
399. Of een eenzijdige rechtshandeling gericht of ongericht is, bepaalt mijns inziens hoe moet worden omgegaan met de betreffende rechtsfiguur. Gerichte eenzijdige rechtshandelingen worden vaak verricht in de context van een meerzijdige (contractuele) rechtsverhouding. Bovendien kan in een concreet geval niet steeds een duidelijke scheidslijn getrokken worden tussen eenzijdige rechtshandeling en contract. Op gerichte eenzijdige rechtshandelingen moeten daarom mijns inziens dezelfde regels van toepassing zijn als op contracten, tenzij de aard van de rechtshandeling zich daartegen verzet. Bij ongerichte eenzijdige rechtshandelingen is minder aanleiding voor toepassing van contractenrechtelijke regels. Dit leidt, kort weergegeven, tot de volgende conclusies:
Voor de totstandkoming van gerichte eenzijdige rechtshandelingen gelden de regels van art. 3:33 jo. 3:35 BW. Voor ongerichte eenzijdige rechtshandelingen geldt art. 3:33 BW eveneens. Bij een discrepantie tussen wil en verklaring kan bij ongerichte eenzijdige rechtshandelingen een beroep gedaan worden op de derdenbescherming van art. 3:36 BW.
Gerichte eenzijdige rechtshandelingen kunnen doorgaans vormvrij worden verricht, terwijl ongerichte eenzijdige rechtshandelingen in de meerderheid van de gevallen gebonden zijn aan vormvoorschriften.
Bij uitleg van gerichte eenzijdige rechtshandelingen is doorslaggevend welke zin partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de wilsverklaring mochten toekennen. Ongerichte eenzijdige rechtshandelingen moeten worden uitgelegd volgens de geobjectiveerde Haviltex-norm. De taalkundige betekenis van de gebruikte formulering is daarbij van groot belang. Ongerichte eenzijdige rechtshandelingen die betrekking hebben op registergoederen, zoals splitsing in appartementsrechten, moeten objectief worden uitgelegd.
Tenzij een wettelijke regeling of partij-afspraak anders bepaalt, kunnen eenzijdige rechtshandelingen in beginsel niet worden herroepen. Dit geldt voor zowel gerichte als voor ongerichte eenzijdige rechtshandelingen.
De redelijkheid en billijkheid van art. 6:2 BW zijn (eventueel analoog) van toepassing op alle vermogensrechtelijke rechtsverhoudingen, dus ook op de betrokkenen bij een eenzijdige rechtshandeling. Bij ongerichte eenzijdige rechtshandelingen is echter in beginsel geen plaats voor de derogerende en aanvullende werking van art. 6:248 BW.
De dwalingsregeling van art. 6:228 BW is analoog van toepassing op gerichte eenzijdige rechtshandelingen. Ongerichte eenzijdige rechtshandelingen zijn in beginsel niet vernietigbaar op grond van dwaling.
Sommige eenzijdige rechtshandelingen kunnen onder voorwaarde of tijdsbepaling worden verricht, voor andere is dat uitgesloten of betwist. Er is hier geen duidelijke lijn zichtbaar op grond van het onderscheid tussen gerichte en ongerichte eenzijdige rechtshandelingen. Of een eenzijdige rechtshandeling onder ontbindende danwel opschortende voorwaarde verricht kan worden, moet van geval tot geval worden beoordeeld.