De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/8.4.3:8.4.3 Rechten en plichten van de nieuwe vennoot
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/8.4.3
8.4.3 Rechten en plichten van de nieuwe vennoot
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS383417:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Drion 1982.
HR 15 april 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC4087, NJ 1978/163, m.nt. J.M.M. Maeijer (Staalcom/Neher).
Meijer in zijn noot bij dit arrest.
Zie bijv. Heuff p. 14. Het ingetrokken Wetsvoorstel personenvennootschappen bepaalde expliciet dat voor de opvolger de rechten en verplichtingen gelden die voor hem uit de overeenkomst van vennootschap voortvloeien.
Slagter, GS Personenassociaties II.I.10.2 (online, laatst bijgewerkt op 1 oktober 2008).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij toetreding wordt men partij bij een al bestaande vennootschapsovereenkomst. Vragen die rijzen, zijn welke rechten en verplichtingen gaan gelden voor degene die toetreedt tot een dergelijke overeenkomst en hoe de overeenkomst ten opzichte van hem moet worden uitgelegd. Wat de uitleg van meerpartijenovereenkomsten betreft, benoemt Drion enkele problemen waartegen men kan aanlopen.1 Zo kan het zijn dat wat tussen twee partijen, gezien hun bestaande verhouding, een redelijke uitleg is van een bepaalde clausule nog geen redelijke uitleg is tegenover een andere partij. Drion meent dat soms een beding in een contract anders moet worden uitgelegd tussen A en B dan tussen A en C. Voor de vraag welke uitleg geldt ten aanzien van degene die toetreedt tot een al bestaande en werkende overeenkomst, verwijst hij naar een arrest van 15 april 1977 waarin de Hoge Raad oordeelt dat een toetreder door toe te treden aanvaardt dat de regels en de uitleg daarvan die voor de zittende partijen gelden ook voor hem gelden.2 Het ligt op de weg van de toetreder om zich op de hoogte te stellen van de geldende regels. Op deze hoofdregel bestaat wel een aantal uitzonderingen. Ten eerste kan een toetreder zich erop beroepen dat de regels uit de overeenkomst die voor hem niet kenbaar waren niet voor hem gelden als hij wel heeft geïnformeerd naar de reikwijdte van deze regels, maar de desbetreffende informatie niet heeft gekregen. Ten tweede kunnen bijzondere omstandigheden tot een ander oordeel leiden, bijvoorbeeld als een tussen de partijen geldende en voor de toetreder onbekende regel van dien aard is dat de toetreder van toetreding had afgezien als hij de regel gekend zou hebben én de medepartijen dit hadden behoren te begrijpen. In beginsel is dan niet de vennootschapsovereenkomst, maar de toetredingsovereenkomst tussen toetreder en overige vennoten vernietigbaar.3 Wat dit laatste betreft, bestaat er dus een belangrijk verschil tussen toetreden tot een bestaande overeenkomst (via een toetredingsovereenkomst) en het aangaan van een nieuwe vennootschapsovereenkomst (waarmee het ‘toetreden’ samenvalt).
Voor de toetreder kunnen eigen rechten en verplichtingen uit de overeenkomst voortvloeien,4 zoals de toekenning aan hem van een lager winstaandeel in de eerste jaren. Hiertoe kan een nieuwe overeenkomst worden opgemaakt of kan de bestaande overeenkomst worden gewijzigd.5