Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/174:174 Uitleg van een pandakte en de belangen van de debiteur
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/174
174 Uitleg van een pandakte en de belangen van de debiteur
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 22-09-2025
- Datum
22-09-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD24901:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 6:37 BW. In dezelfde zin A-G Keus in zijn conclusie vóór HR 16 mei 2003, JOR 2003/184, NJ 2004, 183 m.nt. WMK (De Liser de Morsain/Rabobank).
HR 21 april 1995, NJ 1996, 652 m.nt. WMK.
Idem, zij het niet door een expliciete afwijzing maar door een andere interpretatie, Verhagen en Rongen 2000, p. 89.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De debiteur heeft er belang bij te kunnen vaststellen aan wie hij moet betalen, de pandgever of degene die zich voordoet als pandhouder. De debiteur die betaalt aan iemand die zich voordoet als bevoegd tot inning van de vordering zonder inningsbevoegd te zijn, loopt het risico dat hij nogmaals aan de inningsbevoegde moet betalen. Zou dit bijzondere belang van de debiteur een rol moeten spelen bij de uitleg van een pandakte? De debiteur wordt tegen het risico dat hij nogmaals moet betalen beschermd, doordat hij ten opzichte van de inningsbevoegde bevrijdend heeft betaald, als hij op redelijke gronden heeft aangenomen dat degene aan wie hij heeft betaald inningsbevoegd was.1 Daarnaast kan de debiteur die op goede gronden betwijfelt aan wie hij moet betalen zijn betaling opschorten.2 Aldus is de debiteur afdoende beschermd tegen betaling aan iemand die niet gerechtigd is de betaling in ontvangst te nemen.
De debiteur kan er in bijzondere gevallen overigens wel belang bij hebben te weten aan wie hij bevrijdend kan betalen, bijvoorbeeld als aan hem goederen onder eigendomsvoorbehoud zijn overgedragen en hij de (volle) eigendom van die goederen door vervulling van de opschortende voorwaarde van betaling van de koopsom op hem wil doen overgaan.3 Het komt mij echter voor dat zo een specifiek belang van de debiteur een meer objectieve uitleg van een pandakte niet rechtvaardigt.
In het arrest Eemswater c.s./Curatoren Capcan4 overweegt de Hoge Raad dat bij de uitleg van de pandakte ook de zin die de debiteur aan de verklaringen en gedragingen van de pandgever en de pandhouder redelijkerwijs mag toekennen een rol speelt bij de uitleg van de goederenrechtelijke overeenkomst tussen de pandgever en de pandhouder. Deze benadering van de Hoge Raad dient naar mijn mening te worden afgewezen.5 Dat de debiteur er belang bij heeft om te weten aan wie hij zijn uit een overeenkomst voortvloeiende schuld dient te betalen is, gelet op de hiervóór geschetste bescherming die de debiteur geniet, onvoldoende aanleiding om zijn redelijke interpretatie van die overeenkomst te betrekken bij de uitleg ervan.