Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/3.2.2.1
3.2.2.1 Wilsverklaring en (eenzijdige) rechtshandeling
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS376766:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
Motive I, Mugdan p. 421.
Medicus 2010, p. 79.
Motive I, Mugdan p. 421; Flume 1992, p. 23.
Medicus 2010, p. 79; Leenen 2011, p. 42. Een Rechtsgeschäft kan uit meer bestaan dan alleen Willenserklärungen. Bijv. eigendomsoverdracht (een Rechtsgeschäft, zie §929 BGB; Flume 1992, p. 26) van een roerende zaak komt tot stand door wilsovereenstemming (de goederenrechtelijke overeenkomst) en de feitelijke overgave van de zaak.
Schapp 1986, p. 11, 17. Flume 1992, p. 3.
Meijers, ‘De grondslag der aansprakelijkheid bij contractueele verplichtingen’, VPO III p. 104; Nieuwenhuis 2014, p. 548.
Medicus 2010, p. 92; Leenen 2011, p. 231.
Löwisch en Neumann 2004, nr. 398.
Adomeit 1969, p. 10.
Hattenhauer 2011, p. 229.
Medicus 2012, p. 30.
Flume 1992, p. 26; Leenen 2011, p. 32.
Ook Leenen vindt het ‘selbstverständlich’ dat op contractsluiting gerichte verklaringen empfangsbedürftig zijn, Leenen 2011, p. 73.
Zie ook Flume 1992, p. 139.
§130 Abs. 1 BGB.
§131 BGB. Zie Fröde 2012, p. 19-20.
Leenen 2011, p. 82. Deze regel geldt op grond van §130 Abs. 2 BGB ook voor personen met beperkte handelingsbekwaamheid, zoals minderjarigen met een leeftijd van 7 tot 18 jaar. Alleen als de wettelijk vertegenwoordiger vooraf heeft ingestemd met de rechtshandeling, of de verklaring de beperkt handelingsbekwame slechts een juridisch voordeel verschaft is zij wel geldig op het moment dat de geadresseerde bereikt wordt. §130 Abs. 2 BGB geldt alleen voor einseitige Rechtsgeschäfte (Leenen 2011, p. 83). Een minderjarige kan op grond van §108 Abs. 1 BGB alleen geldig een overeenkomst sluiten, met ofwel voorafgaande instemming ofwel goedkeuring achteraf van de wettelijk vertegenwoordiger.
105. Iemand kan zich vrijwillig juridisch binden door het verrichten van een Rechtsgeschäft. Een wettelijke definitie van Rechtsgeschäft ontbreekt, maar in de parlementaire geschiedenis wordt het begrip omschreven als “ein Privatwillenserklärung, gerichtet auf die Hervorbringung eines rechtlichen Erfolges, der nach der Rechtsordnung deswegen eintritt, weil er gewollt ist.”1 Een Rechtsgeschäft is dus een op het intreden van rechtsgevolg gerichte wilsverklaring.2 Deze formulering resoneert in art. 3:33 BW. Meer dan naar Nederlands recht wordt benadrukt dat het uiteindelijk de rechtsorde is die de wilsuiting erkent als grondslag voor het ontstaan van de gewilde rechtsgevolgen, en deze verwezenlijkt.3 Uit de definitie blijkt dat Rechtsgeschäfte (hierna ook: rechtshandelingen) bestaan uit en tot stand komen door Willenserklärungen (hierna ook: wilsverklaringen).4 Een Willenserklärung brengt een Rechtsfolgewillen tot uitdrukking, dat wil zeggen een wil, die gericht is op het creëren, inhoudelijk veranderen of beëindigen van een rechtsverhouding.5Rechtsgeschäfte hebben niet alleen de rechtsgevolgen die partijen hebben gewild, maar ook die de wet oplegt.6 De grondslag van gebondenheid aan rechtshandelingen is niet de wil van de handelende persoon, maar het feit dat hij zijn Privatautonomie heeft uitgeoefend.
Naast de verklaarde wil speelt het vertrouwen van de wederpartij een rol bij de vraag naar gebondenheid aan wilsverklaringen. Ingevolge §119 BGB kan de verklarende zijn Willenserklärung vernietigen, als de inhoud van zijn verklaring niet met zijn wil overeenstemde. Voor de schade die de wederpartij daardoor lijdt, kan vergoeding worden gevorderd op grond van §122 BGB. Hij krijgt dan het negatief contractsbelang vergoed, en niet, zoals in art. 3:35 BW is geregeld, het positief contractsbelang. Meijers achtte de oplossing in het BGB meer dienstig aan de ‘concrete billijkheid’, maar koos uiteindelijk voor het BW voor ‘de eenvoud der regeling’.7
106. Rechtsgeschäfte kunnen een- of meerzijdig zijn. Einseitige Rechtsgeschäfte `worden (gelijk het Nederlandse recht8) gedefinieerd als rechtshandelingen, voor de totstandkoming waarvan slechts één wilsverklaring vereist is.9 Twee soorten eenzijdige rechtshandelingen worden onderscheiden. De eerste categorie bestaat uit einseitig-gestaltende Rechtsgeschäfte. Dit zijn rechtshandelingen waarmee eenzijdig een Gestaltungsrecht (in het Nederlands vertaald als ‘wilsrecht’) wordt uitgeoefend.10Gestaltungsrechte zijn subjectieve privaatrechtelijke rechten, die de macht geven om door een eenzijdige rechtshandeling een concrete rechtsbetrekking vorm te geven.11 Een Gestaltungsrecht geeft een bepaalde persoon het recht door een eenzijdige verklaring een rechtspositie te wijzigen door het creëren, nader bepalen, veranderen of beëindigen van een rechtsverhouding.12 Deze Gestaltungsrechte hangen samen met een bestaande rechtsverhouding, veelal een contract.13 Voorbeelden van Gestaltungsrechte zijn het recht tot vernietiging (Anfechtung), ontbinding (Rücktritt), of verrekening (Aufrechnung). Naast einseitig-gestaltende Rechtsgeschäfte zijn er andere (sonstige) einseitige Rechtsgeschäfte. Voorbeelden zijn het testament en de uitloving. De indeling in einseitig-gestaltende Rechtsgeschäfte en sonstige einseitige Rechtsgeschäfte wordt in de Nederlandse rechtsliteratuur niet gemaakt.
107. De verdeling in einseitig-gestaltende en sonstige einseitige Rechtsgeschäfte berust op een inhoudelijk onderscheid tussen enerzijds rechtshandelingen waarmee een reeds bestaande rechtsverhouding nader wordt vormgegeven, en anderzijds ‘overige’ rechtshandelingen. Eenzijdige rechtshandelingen worden naar Duits recht echter ook op een andere grond onderverdeeld, namelijk naar gelang ze moeten worden ontvangen door een geadresseerde om werking te verkrijgen (empfangsbedürftigkeit). Het Nederlandse recht kent het onderscheid tussen gerichte en ongerichte eenzijdige rechtshandelingen. Het Duitse recht maakt in plaats daarvan een indeling op het niveau van de Willenserklärung. Dat onderscheid is niet gebaseerd op de gerichtheid van de wilsverklaring, maar op de vraag of nodig is dat de wilsverklaring om werking te verkrijgen ontvangen wordt. Feitelijk is er geen verschil tussen de Nederlandse en de Duitse benadering. Volgens Duitse auteurs valt bij einseitige Rechtsgeschäfte de Willenserklärung samen met het Rechtsgeschäft.14 De Nederlandse en de Duitse benadering komen echter op hetzelfde punt uit:
Vooropgesteld dat het verschil tussen het Nederlandse en het Duitse recht geen praktische implicaties heeft, gaat mijns voorkeur uit naar de Nederlandse systematiek, vanwege de helderheid van het systeem. In het Nederlandse schema zitten geen ‘dubbele waarden’. Omdat meerzijdige rechtshandelingen naar hun aard moeten zijn ontvangen door de wederpartij, is alleen bij eenzijdige rechtshandelingen/einseitige Rechtsgeschäfte het onderscheid tussen gerichtheid/Empfangsbedürftigkeit daadwerkelijk van belang, dus is het systematisch het mooiste het onderscheid ook pas daar te maken.15
108. Bestaat er een inhoudelijk verschil tussen de gerichtheid uit het Nederlandse recht en het op ontvangst geënte begrip Empfangsbedürftigkeit? Op het eerste gezicht niet. Blijkens §130 BGB gaat het bij empfangsbedürftigeWillenserklärungen om verklaringen, die ‘einem anderen gegenüber abzugeben ist’.16 Een verklaring die jegens een ander wordt afgegeven, correspondeert met ons begrip van gerichtheid. Empfangsbedürftigkeit brengt tot uitdrukking dat de Willenserklärung pas werking verkrijgt op het moment dat de verklaring de persoon tot wie zij gericht is, bereikt.17 Tot dat moment kan de verklaring worden ingetrokken. Ook naar Nederlands recht moet een tot een ander gerichte verklaring die ander bereiken om werking te hebben.18 Toch is er wel een verschil met het Duitse recht. Waar de status van de geadresseerde van de rechtshandeling naar Nederlands recht niet relevant is, geldt naar Duits recht een verklaring aan een handelingsonbekwame pas als ontvangen als de verklaring de wettelijk vertegenwoordiger heeft bereikt.19 Degene die niet in staat wordt geacht zijn wil te kunnen bepalen voor het verrichten van een rechtshandeling, moet er ook tegen worden beschermd dat anderen jegens hem rechtshandelingen verrichten, omdat hij daar niet adequaat op kan reageren.20