Uitbesteding in de financiële sector
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/7.3.5:7.3.5 Verhaal van premie- en indexatieschade
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/7.3.5
7.3.5 Verhaal van premie- en indexatieschade
Documentgegevens:
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015,
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS597620:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De rechter kan overigens ook kiezen om de begroting van de schade uit te stellen tot een moment dat daar meer duidelijkheid over bestaat (art. 105, lid 1, BW).
Art. 137 Pw.
Art. 2:15, lid 1, sub c, BW.
Art. 105, lid 2, Pw.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Afhankelijk van de mate waarin de financiële positie van het fonds is aangetast, kan het fonds er ook voor kiezen om de pensioenpremies te verhogen of indexatie van aanspraken achterwege te laten.1 Ook is het mogelijk dat indexatie nu nog niet achterwege blijft, maar dat wel het indexatiepotentieel voor de toekomst is aangetast. Er is dan sprake van “toekomstige schade”.2 In hoeverre een vordering tot vergoeding van toekomstige schade toewijsbaar is, hangt af van een afweging van goede en kwade kansen.3
Een vordering tot vergoeding van indexatieschade komt naar mijn mening niet in aanmerking voor vergoeding door het fonds. De indexatieschade ontstaat doordat het fonds over onvoldoende vermogen beschikt om tot (volledige) indexatie over te gaan. Het fonds kan op grond van de wet verplicht zijn om indexatie achterwege te laten.4 Vergoeding van indexatieschade komt dan effectief neer op het als nog toekennen van indexatie en is daarmee effectief in strijd met de wet. In andere gevallen bepaalt het pensioenreglement dat het fonds niet tot indexatie overgaat. Een besluit om als nog te indexeren is dan in strijd met het pensioenreglement en vernietigbaar.5 Het zou het fonds bovendien onmiddellijk in een financiële toestand brengen die voorkomen moest worden door niet te indexeren. Het ligt wel voor de hand dat het fonds inhaalindexaties toekent wanneer de dekkingsgraad voldoende is hersteld. Het fonds is daar echter niet toe verplicht.6
Ook een vordering tot vergoeding van premieschade komt naar mijn mening niet in aanmerking voor vergoeding door het fonds. Het pensioenfondsbestuur is gehouden tot – kort gezegd – een evenredige afweging van de belangen van alle betrokkenen.7 Het bestuur van een pensioenfonds waarvan de financiële positie is aangetast, moet de noodzakelijke lasten om het fonds financieel weer gezond te maken dus verdelen over alle groepen van begunstigden. Kort gezegd betekent een premieverhoging dat een deel van de lasten bij de actieve deelnemers terecht komt, en achterwege laten van indexatie dat een ander deel voor rekening van de gepensioneerden komt. Vergoeding van premieschade betekent dan een doorbreking van de evenredige belangenafweging: de lasten worden eenzijdig afgewenteld op de gepensioneerden. De indexatieschade kan immers niet worden verhaald. Geraakt het fonds als nog in onderdekking, dan vertoont de vergoeding van premieschade zelfs paulianeuze trekken.