Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.5.3.2:II.5.3.2 Toezichtrecht
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.5.3.2
II.5.3.2 Toezichtrecht
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS495425:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 4, lid 1, onderdeel 18, MiFID; artikel 1:1 Wft.
Artikel 4, lid 1, onderdeel 19, MiFID.
C.M. Grundmann-van de Krol, Koersen door de Wet op het financieel toezicht, Den Haag: Boom Juridische Uitgevers 2012, p. 30.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Evenmin als in het privaatrecht lijkt in het toezichtrecht een vastomlijnde definitie van een obligatie te bestaan. Duidelijk is wel dat obligaties gewoonlijk effecten zijn in de zin van de Wft en de MiFID, omdat zij verhandelbaar zijn.1 Die verhandelbaarheid vloeit voort uit standaardisatie. Obligaties zijn daarbij kapitaalmarktinstrumenten, waarvoor kenmerkend is dat het instrument bij uitgifte een looptijd van langer dan (ongeveer) een jaar heeft.2 Instrumenten als commercial paper, depositocertificaten en schatkistpapier classificeert de MiFID daarentegen als geldmarktinstrumenten.3 Een verschil met kapitaalmarktinstrumenten is dat geldmarktinstrumenten gewoonlijk een looptijd hebben van maximaal een jaar. Verder zijn geldmarktinstrumenten geen effecten in de zin van de Wft en de MiFID, maar alleen financiële instrumenten. De omstandigheid dat een geldmarktinstrument geen effect is, betekent dat onder het toezichtrecht geen prospectusplicht bestaat.4