Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/6.3.3.1.3
6.3.3.1.3 (Beperking van) aansprakelijkheid bij de LLP
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS386788:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
LLP Act 2000 – explanatory notes, par. 10.
Blanco Fernández & Van Olffen 2007, p. 60.
Wuisman 2011, p. 208.
LLP Act 2000 – explanatory notes, par. 15-16.
House of Lords, 30 april 1998, Williams v. Natural Life Health Foods Ltd, Richard Mistlin 1 WLR 830.
Limited Liability Partnership Regulation 2009/1804 § 7.
Limited Liability Partnership Regulation 2009/1804, Schedule I, Part I, § 3.
Het Companies House is de in het VK met het beheer van het handelsregister belaste instantie, zie <www.companieshouse.gov.uk/>.
Deze verplichtingen van de LLP worden hieronder nader behandeld.
Zgn. wrongful trading, neergelegd in Insolvency Act 1986 § 214, Limited Liability Partnership Regulation 2001/1090, Schedule 3, p. 47.
Zgn. adjustment of withdrawals, geïntroduceerd in Limited Liability Partnership Regulation 2001/1090, Schedule 3, p. 47. Hiervoor werd een nieuw par. 214A toegevoegd aan de Insolvency Act 1986.
Insolvency Act 1986 § 214(1) en Insolvency Act 1986 § 214A(3).
Limited Liability Partnership Regulation 2001/1090 § 2, 4(1)(f), 5(2)(c).
Bijv. Wuisman 2011, p. 213, Freedman 2004, p. 293-316, Cross 2003, p. 272-276.
De hoofdregel dat de deelnemers van een LLP niet aansprakelijk zijn voor de schulden van de vennootschap wordt niet expliciet genoemd in de LLP Act 2000, maar ligt besloten in het feit dat de LLP een los van de deelnemers bestaande rechtspersoon is waarmee een derde partij contracteert.1
Voor aansprakelijkheid van een deelnemer op basis van contractbreuk is slechts ruimte indien deze zich (vrijwillig) persoonlijk heeft verbonden met betrekking tot een specifieke overeenkomst. Het uitgangspunt is dat de LLP, als formele contractspartij, wanpresteert wanneer een deelnemer niet naar behoren uitvoering geeft aan een overeenkomst van de LLP.2
Ook de belangrijkste reden voor de introductie van de LLP, dat een deelnemer niet aansprakelijk gesteld kan worden voor (beroeps)fouten van een mededeelnemer, is niet in de wet vastgelegd. Hetzelfde geldt voor de regel dat ondanks de beperking van de aansprakelijkheid voor verbintenissen van de vennootschap en voor fouten van medevennoten, een deelnemer wel aansprakelijk blijft voor een eigen onrechtmatige daad. Hoewel oorspronkelijk aan de wetgever was geadviseerd om hierover in de wetgeving expliciet te zijn, heeft hij ervoor gekozen om dit niet te doen. In het kader van de aansprakelijkheid voor een eigen onrechtmatige daad is er zelfs heel bewust voor gekozen om de wetgeving niet expliciet in te vullen maar deze norm vaag te laten zodat dit onrechtmatigedaadsrecht zich op een natuurlijke wijze kon ontwikkelen (zowel voor kapitaalvennootschappen als voor personenvennootschappen) door rechterlijke instanties hierover te laten beslissen.3
Voor de beoordeling van een mogelijke onrechtmatige daad wordt in veel gevallen aansluiting gezocht bij de rechtspraak inzake companies.4 Hierin is bepaald dat voor het bestaan van een onrechtmatige daad onder meer van belang is of:
de deelnemer persoonlijke aansprakelijkheid voor zijn handelen jegens de derde partij aanvaard heeft;
deze derde partij heeft vertrouwd op het bestaan van deze persoonlijke aansprakelijkheid; en
deze derde partij hier in redelijkheid ook op mocht vertrouwen.5
Er bestaat nog een aantal uitzonderingen op de beperkte aansprakelijkheid van een deelnemer van de LLP. Allereerst staat het een deelnemer vrij om zichzelf – al dan niet (hoofdelijk) naast de LLP – jegens een derde partij te verbinden met betrekking tot een specifieke overeenkomst.
Daarnaast zijn in regulations de bepalingen uit de Insolvency Act 1986 en de Companies Act 2006 van overeenkomstige toepassing verklaard op de LLP. Dit betekent onder andere dat een deelnemer aansprakelijk is voor de overeenkomsten aangegaan in de periode dat de LLP in oprichting was,6 en is op het moment dat een LLP minder dan twee deelnemers heeft de overgebleven deelnemer hoofdelijk aansprakelijk.7 Daarnaast verbeurt een deelnemer voor verschillende overtredingen van de Companies Act 2006 die van overeenkomstige toepassing zijn verklaard op de LLP in de Limited Liability Company Regulation 2009/1804 een boete. Deze overtredingen omvatten onder meer een nalaten in het gebruik van het algemene beeldmerk van de LLP, een nalaten in het bijhouden van verschillende registers met informatie over de deelnemers, schulden, financiers en zekerheidsgerechtigden van de LLP, een nalaten in het indienen van het annual report en de jaarrekening, het niet voldoen aan verplichtingen door het Companies House8 opgelegd, en frauduleus handelen door de deelnemers.9 In een eventueel faillissement van de LLP is een deelnemer onder omstandigheden aansprakelijk indien hij namens de LLP heeft gehandeld in de wetenschap dat een faillissement onvermijdelijk was, en heeft nagelaten alles in het werk te stellen om de schade voor de wederpartij(en) te beperken tot het minimum.10 Een deelnemer is verder mogelijk aansprakelijk indien hij in de twee jaar voor een faillissement van de LLP gelden of goederen aan de LLP heeft onttrokken, terwijl hij wist dat de LLP – al dan niet ten gevolge van deze onttrekking – niet in staat zou zijn de openstaande schulden te voldoen.11 In beide gevallen bepaalt de rechter de hoogte van het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid wordt aangenomen.12
Een laatste opmerking dient gemaakt te worden met betrekking tot zogeheten shadow members van de LLP. Dit zijn personen die geen deelnemer zijn van de LLP, maar in overeenstemming met wiens instructies of bevelen wel gehandeld wordt door de overige deelnemers. Deze persoon is dus een feitelijk bestuurder, en ontkomt op grond van deze hoedanigheid niet aan aansprakelijkheidstelling zoals deze onder de hiervoor vermelde omstandigheden ook geldt voor de deelnemers van de LLP.13
In de literatuur worden de hiervoor besproken mogelijkheden om deelnemers, ondanks de beperkte aansprakelijkheid die de LLP in beginsel biedt, toch aansprakelijk te stellen, overigens gezien als een belangrijke beperking op de toegevoegde waarde van de nieuwe rechtsvorm.14