Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/6.4.1
6.4.1 Rechtsvormen in Duitsland: algemeen
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS384346:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In totaal zijn er naar Duits recht vijf kapitaalvennootschappen te onderscheiden. Naast de GmbH, de UG en de AG zijn ook de Europäische Gesellschaft (SE) en de Kommanditgesellschaft auf Aktien (KGaA) aan te merken als kapitaalvennootschappen naar Duits recht.
Grunewald 2013.
Zie hierover hoofdstuk 2.
O. Jensen, ‘GbR-Die Gesellschaftform für Freiberufler’, 14 november 2008, te raadplegen via:<www.drweb.de/magazin/gbr-die-gesellschaftsform-fur-freiberufler/>.
Zie voor een korte beschrijving van het Duitse fiscale systeem paragraaf 6.4.1.2.4.
Hierna: GbR.
Hierna: PartG.
Zie Kruisinga & Van der Waals 2014. N.B. onderdelen van hetgeen in deze paragraaf besproken wordt, vertonen gelijkenis met hetgeen besproken is in deze (eerdere) bijdrage.
Hierna: PartG mbB.
Net als naar Nederlands recht maakt het Duitse (ondernemings)recht onderscheid tussen personenvennootschappen (Personengesellschaften) en kapitaalvennootschappen (Kapitalgesellschaften). De drie meest gebruikte1 kapitaalvennootschappen die naar Duits recht te onderscheiden zijn, zijn de Gesellschaft mit beschränkter Haftung (GmbH), de Unternehmergesellschaft (UG) en de Aktiengesellschaft (AG). De GmbH is een rechtsvorm die doet denken aan de Nederlandse ‘oude’ BV. Het is een rechtspersoon met een verplicht minimum kapitaal en de aandeelhouders zijn beperkt aansprakelijk. De UG is een variant op de GmbH die sterk lijkt op de Nederlandse Flex-BV (hij is flexibel(er) in te richten (dan een GmbH) en er is geen minimum kapitaal vereist) met dien verstande dat de Duitse versie slechts beschikbaar is voor kleine ondernemingen. De AG ten slotte is een op de Nederlandse NV lijkende rechtsvorm die met name bedoeld is om gemakkelijk vreemd vermogen aan te kunnen trekken.2
Veel meer dan in Nederland heerst in Duitsland (nog) de gedachte dat er een verschil bestaat tussen het uitoefenen van een traditioneel beroep en het drijven van een onderneming. Dit komt onder andere tot uiting in (de) verschillende beroepsregels en de (fiscale) wet, waarin bijvoorbeeld – in tegenstelling tot in Nederland – een definitie is opgenomen van het begrip ‘beroep’.3 Ook blijkt dit uit het palet aan rechtsvormen dat, op grond van de beroepsregels, voor beroepsbeoefenaren beschikbaar is. Verschillende beroepsgroepen, waaronder bijvoorbeeld notarissen, zijn op grond van hun beroepsregels gehouden tot het gebruik van een eenmanszaak of personenvennootschap; het gebruik van een rechtspersoon is op basis van deze regels uitgesloten. Deze regeling lijkt sterk op wat van oorsprong, op grond van hun beroepsregels, ook voor Nederlandse beroepsbeoefenaren gold.4
Er wordt in Duitsland door beroepsbeoefenaren derhalve (nog) veel en vaak samengewerkt in een personenvennootschap.5 Uiteraard kan een heel aantal beroepsbeoefenaren ook voor andere rechtsvormen kiezen, bijvoorbeeld de GmbH. Deze andere rechtsvormen hebben echter per definitie rechtspersoonlijkheid en zijn daarmee in beginsel fiscaal minder aantrekkelijk6 voor beroepsbeoefenaren.
De rechtsvormen die tot 2013 meestal gebruikt werden door beroepsbeoefenaren in Duitsland zijn de Gesellschaft bürgerlichen Rechts7 en de Partnerschaftsgesellschaft.8 De Duitse wetgever introduceerde in de zomer van 2013 een nieuwe loot aan de stam van personenvennootschappen naar Duits recht:9 de Partnerschaftsgesellschaft mit beschränkter Berufshaftung.10 De PartG mbB is een bijzondere vorm van de PartG, die, op haar beurt, weer een bijzondere vorm is van de GbR en het zijn allemaal personenvennootschappen. Naast de GbR, de PartG en de PartG mbB kent het Duitse personenvennootschapsrecht ook de Offene Handelsgesellschaft (vergelijkbaar met de Nederlandse v.o.f.) en de Kommanditgesellschaft (vergelijkbaar met de Nederlandse commanditaire vennootschap). In deze beide personenvennootschappen wordt echter per definitie een bedrijf (Firma) uitgeoefend en deze rechtsvormen zijn daarmee niet geschikt voor gebruik door beroepsbeoefenaren. In deze paragraaf zal (derhalve slechts) worden ingegaan op de specifiek voor samenwerkende beroepsbeoefenaren geschikte rechtsvormen; de GbR, de PartG en de PartG mbB. Omdat, in tegenstelling tot de GbR, zowel de PartG als de PartG mbB gunstige belastingheffing en de mogelijkheid tot het flexibel inrichten van de juridische structuur combineren met beperkte(re) aansprakelijkheid, zullen deze rechtsvormen uitgebreid besproken worden. De GbR komt, als ‘basis’-rechtsvorm, voor de volledigheid eerst aan bod maar zal omwille van bovenstaand argument slechts beknopt worden besproken.
6.4.1.1 De Gesellschaft bürgerlichen Rechts6.4.1.2 De Partnerschaftsgesellschaft6.4.1.3 De Partnerschaftsgesellschaft mit beschränkter Berufshaftung