Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/9.3:9.3 Aansprakelijkheid voor hulppersonen en hulpzaken: eenduidige oplossing
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/9.3
9.3 Aansprakelijkheid voor hulppersonen en hulpzaken: eenduidige oplossing
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS594998:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aldus ook voor het Duitse recht Bott 2000, p. 74.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
296. In par. 5.6 heb ik uiteengezet dat de verkeersopvattingen de juiste norm zijn om situaties te beoordelen waarin kennis aan de rechtspersoon moet worden toegerekend. Dit geldt ook voor gevallen van kennisversplintering (zie ook par. 9.4 hierna). Er zijn echter gevallen van kennisversplintering denkbaar waarin helemaal geen toets aan de verkeersopvattingen nodig is, omdat de wet het rechtsgevolg al bepaalt. Het verzuim om relevante, wel beschikbare informatie te raadplegen, kan gelden als een gedraging (of beter: een nalaten) van een hulppersoon waarvoor de rechtspersoon op grond van art. 6:76 BW aansprakelijk is. Het verrichten van een schadetoebrengende handeling die het gevolg is van het nalaten om relevante, beschikbare informatie te raadplegen, zal soms een toerekenbare onrechtmatige daad van de functionaris kunnen vormen waarvoor de rechtspersoon op grond van art. 6:170 BW aansprakelijk is. Er hoeft dan niet te worden beoordeeld of ook de rechtspersoon zelf onrechtmatig heeft gehandeld. Art. 6:76 BW en 6:170 BW zullen vooral toepassing kunnen vinden wanneer de fout (ook in de zin van: nalatigheid) in overwegende mate bij de handelende functionaris ligt. De wetende functionaris zal doorgaans onvoldoende betrokken zijn bij de voorliggende rechtsverhouding om te gelden als hulppersoon in de zin van voornoemde bepalingen. Wanneer de kennisversplintering vooral aan de handelende functionaris te wijten is, zal vaak sprake zijn van een standaardsituatie, maar grensgevallen zijn denkbaar. Zie par. 9.2.
297. Aansprakelijkheid voor hulpzaken zal niet snel een rol spelen bij kennisversplintering. Ik sluit echter niet uit dat een technisch gebrekkige database in sommige gevallen zal gelden als een ongeschikte hulpzaak in de zin van art. 6:77 BW. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan een adviseur die een verkeerd advies verstrekt omdat hij zich baseert op incomplete informatie, welke incompleetheid wordt veroorzaakt door een softwarefout die bepaalde gegevens heeft gewist in de door de adviseur geraadpleegde database. Art. 6:173 BW, inzake kwalitatieve aansprakelijkheid jegens derden voor gebrekkige zaken, ziet op een zodanig andere situatie dan die van een gebrekkig functionerend kennismanagementsysteem dat ik dit niet op gevallen van kennisversplintering toepasbaar acht.
Is de oorzaak van kennisversplintering een gedraging of fout van een hulppersoon in de zin van art. 6:76 resp. 6:170 BW of een gebrekkige hulpzaak in de zin van art. 6:77 BW, dan kunnen een toets aan de verkeersopvattingen en een weging van omstandigheden achterwege blijven. Aansprakelijkheid volgt dan rechtstreeks uit de wet.1