Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/222:222 Faillissementsbestendige verpanding van vorderingen met een toekomstig element in zich is beperkt mogelijk
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/222
222 Faillissementsbestendige verpanding van vorderingen met een toekomstig element in zich is beperkt mogelijk
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD29647:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige paragraaf is gebleken dat veel vorderingen met een toekomstig element in zich volgens het geldende recht toekomstig zijn. Voor de levering bij voorbaat en de vestiging van een pandrecht bij voorbaat op dergelijke vorderingen is dit geen belemmering, nu naar huidig recht levering van en de vestiging van een pandrecht op toekomstige vorderingen mogelijk is. Voor de vestiging van een stil pandrecht geldt weliswaar een belemmering voor vorderingen die niet rechtstreeks voortvloeien uit een bestaande rechtsverhouding, maar die belemmering heeft met de vraag of een vordering als toekomstig wordt aangemerkt op zichzelf niets van doen.
Is de vestiging van een stil pandrecht op toekomstige vorderingen op vrij ruime schaal mogelijk, in geval van faillietverklaring van de pandgever heeft de pandhouder geen pandrecht op de vorderingen die op de faillissementsdatum nog toekomstig zijn. Art. 20, 23 en 35 lid 2 Fw staan aan het ontstaan van het pandrecht in de weg. Voor de verpanding van toekomstige vorderingen geldt: “Men geeft je vleugels, en neemt de lucht weg”1. Enerzijds heeft de wetgever de verpanding bij voorbaat van toekomstige vorderingen, zij het voor wat betreft stille verpanding beperkt,2 mogelijk gemaakt. Anderzijds heeft hij er echter voor gezorgd dat de pandhouder op het moment dat hij aan zijn zekerheidsrecht het meeste comfort zou moeten kunnen ontlenen, namelijk in geval van faillietverklaring van de pandgever, geen pandrecht heeft op de op de faillissementsdatum nog toekomstige vorderingen.