Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/I.2.4.6.3
I.2.4.6.3 Aandelen
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS501375:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Van der Grinten & Maeijer 2-II 1997, nrs. 1-4, 12; J. Winter & J.B. Wezeman, Mr. P. van Schilfgaarde. Van de BV en de NV, Deventer: Kluwer 2013, nr. 1; Asser/Maeijer & Kroeze 2-I 2015, nrs. 5-8, 15-16. De vraag naar wie een rechtspersoon is, kan overigens alleen naar positief recht vastgesteld worden en is geen rechtstheoretische vraag.
In dezelfde zin: Van Hilten 1992, p. 21; D.B. Bijl, M.E. van Hilten & D.G. van Vliet, Europese BTW en Nederlandse omzetbelasting, Deventer: Kluwer 2001, p. 241-242. Zie voor een (deels) andere visie: A.H. Bomer & H.W.M. van Kesteren, ‘Niet voor redelijke twijfel vatbaar: verkoop deelneming is een prestatie’, WFR 2003/788, onderdeel 6; Van Norden 2007, p. 393- 395.
Zie ook H. Gruber & R. Krever, VAT and financial supplies: what should be taxed?, Oxford (GB): Oxford University Centre for Business Taxation 2010 (WP 10/18), p.4.
Dat geldt overigens wel voor meer. Zoals Bijl aangeeft, kunnen opleiding en afkomst ook helpen: D.B. Bijl, annotatie bij HR 2 december 2011, BNB 2012/29, punt 4.
Aandelen zijn het bewijs van deelname in een rechtspersoon en hangen als fenomeen nauw samen met het bestaan van rechtspersonen. Van belang is dat rechtspersoonlijkheid in de rechtstheorie wel wordt geduid als een abstractie, een constructie, oftewel een vondst. Anders dan de mens, die een rechtssubject is omdat hij als persoon onmiskenbaar bestaat, ontleent de rechtspersoon zijn persoonlijkheid, zijn bestaan als rechtssubject, aan het recht.1
Een aandeel of, algemener, een deelneming in een rechtspersoon geeft bepaalde rechten ten aanzien van die rechtspersoon. Het bestaan van deze rechten is een rechtstreeks gevolg van het bestaan van de rechtspersoon; zij ontstaan bij dezelfde spreekwoordelijke pennenstreek waarmee de rechtspersoon ontstaat. Hierin ligt besloten dat aandelen niet ontstaan door toevoegingen van waarde (‘productie’) in bedrijfshuishoudingen. Daarom zijn aandelen niet verbruikbaar.2
Het kopen van een aandeel kan verder wel een belegging of een investering zijn, maar is zeker niet een besteding die tot consumptie leidt.3 Evenmin is een overdracht van aandelen een voortstuwing van een dienst in een productie- en distributieketen. Aandelen kunnen hoogstens indirect bijdragen aan de productie van goederen en diensten.4 Een voorbeeld is dat een aandeelhouder zijn aandeelhoudersrechten aanwendt om synergievoordelen tot stand te brengen tussen zijn eigen onderneming en de onderneming van de vennootschap waarin hij deelneemt. Dit is echter van een andere orde dan het gebruik dat een ondernemer kan maken van, bijvoorbeeld, een octrooi, dat tot stand is gekomen door intellectuele arbeid.