Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/4.2
4.2 Fiscaliteit en de keuze van een rechtsvorm
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS391520:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Onder ondernemers worden hier ook beroepsbeoefenaren verstaan; in het navolgende zal steeds gesproken worden over ondernemer en onderneming. Hiermee wordt steeds tevens bedoeld de beroepspraktijk en de beroepsbeoefenaar.
Met uitzondering van de open commanditaire vennootschap.
Ervan uitgaande dat de vennoten natuurlijke personen (beroepsbeoefenaren) zijn.
Wederom ervan uitgaande dat de vennoten natuurlijke personen zijn. Wanneer de vennoten zelf rechtspersonen zijn krijgen zij slechts te maken met de vennootschapsbelasting.
Wuisman 2011, p. 261. Zie ook Stevens & De Smit 2015, p. 150.
Naar Nederlands belastingrecht wordt een onderscheid gemaakt tussen fiscaal transparante rechtsvormen en rechtsvormen die zelf subject zijn van belastingheffing. De Nederlandse belastingwetgever heeft, door te streven naar een globaal evenwicht, geprobeerd het fiscale motief bij de rechtsvormkeuze zo min mogelijk de doorslag te laten geven. Toch bestaat er (nog steeds) een verschil in belastingdruk tussen de transparante en de subjectief belastingplichtige rechtsvormen. Zo is er een verschil in de fiscale faciliteiten die bij deze verschillende rechtsvormen ter beschikking staan van de ondernemers1 die daarin werkzaam zijn. Wanneer de onderneming gedreven wordt in de vorm van een personenvennootschap,2 moeten de vennoten op basis van de Wet Inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) inkomstenbelasting3 betalen over de winst die zij uit de onderneming verkrijgen. Ondernemers die kiezen voor de kapitaalvennootschappen of de coöperatie krijgen te maken met zowel4 de vennootschapsbelasting (ten aanzien van de rechtspersoon waarin de onderneming gedreven wordt) als de inkomstenbelasting (in de hoedanigheid van aandeelhouder c.q. lid van de desbetreffende rechtspersoon).5