Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/5.5.5
5.5.5 Het vrijblijvende aanbod
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS380435:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
Troelstra 1925, p. 101. Zie ook Asser / Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/179. Van Schilfgaarde schreef naar aanleiding van Hofland / Hennis dat het voor de rechtsgevolgen niet uitmaakt of men te maken heeft met een vrijblijvend aanbod of met een uitnodiging tot het doen van een aanbod, in de gevallen waarin het aanbod voldoende nauwkeurig omschreven is, zie zijn annotatie bij HR 10 april 1981 (Hofland / Hennis), AAe 30 (1981) 11, p. 708-711.
Zie ook Janssens 1926, p. 154; P.A.J.L. Losecaat Vermeer, ‘“Vrijblijvend” in aanbod en overeenkomst’, WPNR 2895 (1925), p. 450.
Troelstra 1925, p. 132. Zie ook Groene Serie Verbintenissenrecht, Art. 6:219 BW, aant. 96, Y.G. Blei Weissmann.
Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 883 (MvA II); Asser / Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/179.
247. Een aanbieder kan voorkomen dat het enkele aanbod al verplichtingen doet ontstaan, door het aanbod als vrijblijvend te clausuleren. Met ‘vrijblijvendheid’ kan gedoeld worden op de intentie om niet gebonden te worden tot het moment van aanvaarding. Dan is echter geen sprake van een vrijblijvend aanbod, maar drukt het vrijblijvendheidsbeding enkel herroepelijkheid uit.1 De overige gevolgen van een aanbod, zoals de gehoudenheid tot het gestand doen van het aanbod, worden niet aangetast. Met vrijblijvendheid kan echter ook worden beoogd tot nà het moment van aanvaarding te verhinderen dat een overeenkomst tot stand komt.2 Het vrijblijvend aanbod moet worden gezien als een tussenvorm tussen enerzijds een uitnodiging tot onderhandelen en anderzijds een ‘gewoon’ aanbod. 3 De overeenkomst komt tot stand als de aanbieder stilzit nadat het aanbod is geaccepteerd, zo blijkt uit art. 6:219 lid 2 BW.
Het begrip “vrijblijvend” heeft een juridische betekenis. Of door de aanbieder deze specifiek juridische betekenis ook is bedoeld, moet door uitleg worden bepaald.4 Degene die een vrijblijvend aanbod doet, bedingt meer vrijheid voor zichzelf dan iemand die een ongeclausuleerd aanbod doet, omdat hij zich de mogelijkheid voorbehoudt om onverwijld na acceptatie door de geadresseerde nog te voorkomen dat een overeenkomst ontstaat. Als de aanbieder echter stilzit, dan komt de overeenkomst tot stand. Anderzijds schept het vrijblijvend aanbod meer gebondenheid dan een enkele uitnodiging tot onderhandelen, omdat in het geval van een enkele uitnodiging de aanbieder de acceptatie van het vrijblijvend aanbod nog zou moeten aanvaarden om een overeenkomst tot stand te brengen. Het verschil tussen een vrijblijvend aanbod en een uitnodiging tot het in onderhandeling treden wordt dus duidelijk als men de rechtsgevolgen beziet van het stilzitten na een instemmende reactie van de geadresseerde. In het geval van een vrijblijvend aanbod leidt stilzitten tot contractuele gebondenheid. In het geval van een uitnodiging tot onderhandelen daarentegen kan de instemmende reactie worden gekwalificeerd als een aanbod, dat de uitnodiger eerst moet aanvaarden voordat een overeenkomst tot stand komt.