De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.6.1:II.6.1 Algemeen
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.6.1
II.6.1 Algemeen
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS382537:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. art. 5:2 lid 1 aanhef en onder sub a Awb.
Schlössels en Zijlstra 2010, p. 377.
Blomberg 2004, p. 163.
Vgl. art. 5:2 lid 1 aanhef en onder sub b en c Awb.
Zie voor een kritische noot hieromtrent: Barkhuysen 2014.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een intrekkingsbeslissing kan op verschillende wijzen worden gekwalificeerd. Daarbij is in de eerste plaats de aanleiding voor de intrekking van belang. Vormt de intrekking een reactie op een door de geadresseerde begane overtreding, dan wordt deze bestempeld als sanctie.1 Wanneer de intrekking van een beschikking is gelegen in een andere aanleiding dan een overtreding, dan wordt wel gesproken over een reguliere of beleidsmatige intrekking.2 De intrekking vormt dan geen reactie op normschendend gedrag van de geadresseerde.3 Dit onderscheid is relevant, gelet op de van toepassing zijnde normering. Als sprake is van een intrekking bij wijze van sanctie, dan geldt namelijk een speciale normering. Deze normering komt in paragraaf 7.3 aan bod. In dit hoofdstuk wordt enkel aandacht besteed aan de kwalificatie van het intrekkingsbesluit.
De intrekking bij wijze van sanctie kan nog nader worden gekwalificeerd. In het bestuursrecht wordt onderscheid gemaakt tussen herstelsancties en bestraffende sancties.4 De intrekking bij wijze van sanctie is soms een herstelsanctie en soms een bestraffende sanctie. Een en ander hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. De kwalificatie van de intrekking als (herstel-/bestraffende) sanctie is van belang voor de vraag welke waarborgen in acht genomen moeten worden wanneer intrekking plaatsvindt. Algemeen geldt dat wanneer de intrekking wordt gekwalificeerd als bestraffende sanctie, de meeste waarborgen in acht genomen moeten worden.5 Deze waarborgen vloeien niet alleen voort uit het nationale recht, maar ook uit het Europese en internationale recht, bijvoorbeeld uit het EVRM en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest). Tot slot kan de intrekking van een begunstigende beschikking onder omstandigheden worden aangemerkt als de aantasting van het recht op eigendom. Het recht op eigendom is onder meer neergelegd in art. 1 EP en art. 17 Handvest. Wanneer dit het geval is, geldt dat de waarborgen welke zijn neergelegd in deze bepaling, in acht genomen moeten worden.
In dit hoofdstuk wordt de vraag beantwoord op welke wijze de beslissing tot intrekking van een beschikking kan worden gekwalificeerd. Daarbij worden de hiervoor genoemde kwalificaties nader uitgewerkt. Een en ander geschiedt in de paragrafen 6.2 en 6.3 in de eerste plaats aan de hand van het nationale recht. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de kwalificatie van de intrekkingsbeslissing in het licht van het EVRM. Achtereenvolgens komen aan bod de intrekking als criminal charge in de zin van art. 6 EVRM en de intrekking als inbreuk op het recht op eigendom als bedoeld in art. 1 EP EVRM. Wat de gevolgen van deze kwalificatie zijn voor de normering van de intrekkingsbevoegdheid, komt aan bod in paragraaf 7.3.