De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/8.5:Paragraaf 8.5 Voortzetting als CV en vice versa
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/8.5
Paragraaf 8.5 Voortzetting als CV en vice versa
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS388279:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Boschma & Schutte-Veenstra 2014; Asser/Maeijer 5-V 1995/247; Slagter, GS Personenassociaties II.I. 4.1.6 (online, laatst bijgewerkt op 1 oktober 2008).
Kamerstukken II 2002/03, 28746, 3, p. 71.
OHG en KG worden van rechtswege in elkaar omgezet door toe- respectievelijk uittreding van een commanditair, zie bijv. Windbichler 2009, p. 509.
Tervoort 2012.
Heuff 1970, p. 32 e.v.
HR 14 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4593, NJ 2003/327, m.nt. J.M.M. Maeijer (Hovuma/Spreeuwenberg).
Zo ook Tervoort 2012.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De CV is de vennootschap die wordt aangegaan tussen een of meer hoofdelijk verbonden vennoten en een of meer geldschieters; zij kan dus tegelijkertijd een VOF zijn ten aanzien van die hoofdelijk verbonden vennoten en een CV ten aanzien van de geldschieters (art. 19 lid 1 en 2 WvK). Een vraag die in het kader van ‘herstructureringen’ rijst, is of een CV kan ontstaan zonder ontbinding van de VOF doordat een hoofdelijk verbonden vennoot geldschieter wordt of een derde als geldschieter toetreedt. Dezelfde vraag rijst ten aanzien van de tegenovergestelde situatie, waarbij een CV een VOF wordt.
Volgens de heersende leer leidt omzetting van VOF in CV en vice versa tot voortzetting zonder ontbinding van de personenvennootschap als de vennootschapsovereenkomst niet zodanig gewijzigd wordt dat van identiteit tussen VOF en CV geen sprake meer is.1 Dit sluit ook aan bij het ingetrokken Wetsvoorstel personenvennootschappen2 en het Duitse recht.3 Tervoort wijst erop dat derden zoals vennootschapscrediteuren en overheidsinstanties zich veelal op het standpunt stellen dat een dergelijke voortzetting juridisch moet worden geduid als ontbinding van een bestaande en aangaan van een nieuwe vennootschap, welk standpunt volgens hem onjuist is.4 Heuff overwoog in 1970 dat de voortzetting van een vennootschap met afgescheiden vermogen (een VOF) in een vennootschap zonder afgescheiden vermogen (zoals toentertijd de CV met één beherend vennoot) moet worden beschouwd als zodanig wezenlijke verandering dat een nieuwe vennootschap is ontstaan.5 Inmiddels heeft de Hoge Raad echter het afgescheiden vermogen bij deze CV erkend, zodat men ook in de opvatting van Heuff van continuïteit kan uitgaan.6
Ook ik meen dat VOF en CV zonder ontbinding in elkaar kunnen worden omgezet, maar dat een wettelijke regeling hieromtrent in verband met de rechtszekerheid wel wenselijk is.7