Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.2.2.3:8.5.2.2.3 Moties
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.2.2.3
8.5.2.2.3 Moties
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS458919:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2011/12, 33221, 7; Handelingen II 2011/12, 87, 5, p. 5; Handelingen II 2011/12, 87, 11, p. 28.
Handelingen II 2011/12, 87, 5, p. 19.
Handelingen II 2011/12, 87, 11, p. 28.
Kamerstukken II 2011/12, 33221, 11; Handelingen II 2011/12, 87, 5, p. 10.
Handelingen II 2011/12, 87, 5, p. 20.
Handelingen II 2011/12, 87, 11, p. 28.
Kamerstukken II 2011/12, 33221, 12; Handelingen II 2011/12, 87, 5, p. 11; Handelingen II 2011/12, 87, 11, p. 28.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook de moties die tijdens de behandeling van de wetsvoorstellen zijn ingediend, waren veelal gericht op de positie van het parlement bij de inzet van het ESM. Zo dienden SP-Kamerlid Irrgang en PvdD-Kamerlid Ouwehand een motie in die opriep tot het wettelijk vastleggen van de wijze waarop het parlement vooraf wordt geïnformeerd over steunoperaties door het noodfonds.1 In reactie op deze motie gaf De Jager aan dat hierover nog nader overleg met de Kamer zou plaatsvinden en dat het belangrijk was om voldoende flexibiliteit te behouden.2 Hij ontraadde daarom op dat moment de motie, die de Kamer vervolgens inderdaad verwierp.3
Een andere motie benadrukte het belang van het waarborgen van het budgetrecht bij ESM-operaties.4 Zij verzocht de regering dan ook om, zoals de memorie van toelichting al schetste, een verhoging van het maatschappelijk kapitaal voor instemming aan de Tweede Kamer voor te leggen. Daarnaast probeerde de motie te bereiken dat een opvraging van het niet-gestorte kapitaal aan de Tweede Kamer werd voorgelegd. De minister liet het oordeel over de motie aan de Kamer, maar merkte daarbij wel op dat er al wel een voorwaardelijke verplichting tot storting geldt op het moment dat de raad van gouverneurs met de opvraging heeft ingestemd, zoals ook hierboven beschreven.5 De Kamer nam de motie vervolgens met algemene stemmen aan.6 Op grond van die motie zou een opvraging van niet-gestort kapitaal dus aan de Tweede Kamer moeten worden voorgelegd. Een instemmingsrecht voor de Kamer bij steunbesluiten werd daarmee echter niet gecreëerd, voor zover dat al mogelijk zou zijn via een motie. De motie sprak immers alleen over ‘voorleggen’. Bovendien was de motie alleen gericht op het opvragen van niet-gestort kapitaal. Steunbesluiten die passen binnen het al gestorte kapitaal, vallen daarmee buiten de reikwijdte van de motie. Tot slot werd nogmaals in een door de Kamer aangenomen motie benadrukt dat het IMF altijd betrokken moet zijn de inzet van het ESM.7