Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.5.2
2.5.2 Betaling ter nakoming van een verbintenis
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS381613:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
Diephuis 1872, p. 44; Asser/Losecaat Vermeer & Rutten 3-I 1958, p. 314-316; H.J. Hamaker, ‘De betaling en art. 1933 BW’, WPNR 6022 (1900), p. 135; J.B. Huizink. ‘Betaling is geen rechtshandeling’, WPNR 6022 (1991), p. 707; Aaftink 1974, p. 33-34; Van der Grinten 1993, p. 455; HR 29 januari 1960, NJ 1960/133; zie voor het Duitse recht Larenz 1987, par. 18.I.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2012/195; Krans in De Jong e.a. 2014/77. Zie ook Cornelis 2000, nr. 382.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2012/194; Krans in De Jong e.a. 2014/77.
Vgl. Rank 1996, p. 146-147, 156.
81. Onder ‘betaling’ versta ik het verrichten van een prestatie, als gevolg waarvan een verbintenis wordt nagekomen. Betaling omvat zowel het betalen van een geldsom, als het verrichten van een andere feitelijke of rechtshandeling. Betaling is de verrichte handeling, nakoming is het (beoogde) resultaat.
De kwalificatie van betaling als rechtshandeling is controversieel. Doorgaans zal de betalende partij de wil hebben om zijn schuld te voldoen en daarmee de verbintenis teniet te doen gaan, de zogenaamde animussolvendi. In de betaling kan dan een op rechtsgevolg gerichte wilsverklaring worden gelezen. In literatuur en jurisprudentie is echter aangenomen dat een kenbare animus solvendi voor het tenietgaan van een schuld niet vereist is. Door het enkele verrichten van de verschuldigde prestatie wordt de verbintenis nagekomen en gaat zij teniet. Het feit dat de wil van de schuldenaar irrelevant is, maakt dat betaling volgens deze auteurs geen rechtshandeling is.1
Krans en Hartkamp & Sieburgh nemen aan dat in de normale situatie de wil van de betalende partij er kenbaar op is gericht te voldoen aan een verbintenis, zodat betaling een eenzijdige rechtshandeling is.2 Ook als de betalende achteraf het oogmerk tot voldoening van de verbintenis ontkent, zal een toets aan art. 3:35 BW vaak tot de conclusie leiden dat de ontvanger er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat animus solvendi wel aanwezig was. Deze auteurs beschouwen betaling als een rechtshandeling, zowel in het geval de betaling bestaat in het verrichten van een feitelijke prestatie, als wanneer een rechtshandeling verricht wordt ter uitvoering van een verbintenis. Zij sluiten uit dat betaling een tweezijdige rechtshandeling is, omdat geen wilsovereenstemming vereist is voor het tenietgaan van de verbintenis.3 Mijns inziens kan betaling wel een tweezijdige rechtshandeling zijn, als de verschuldigde prestatie bestaat in het verrichten van een tweezijdige rechtshandeling, zoals levering (zie hieronder) of het sluiten van een (uitvoerings)overeenkomst.4 Om betaling in die gevallen te kwalificeren als eenzijdige rechtshandeling, zou een aparte betalingsrechtshandeling moeten worden geconstrueerd. Dat lijkt mij nodeloos omslachtig.
2.5.2.1 Betaling van een geldsom2.5.2.2 Levering