De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/13.6.6:13.6.6 Aanbeveling 5: Dwingende aanzuiveringsplicht
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/13.6.6
13.6.6 Aanbeveling 5: Dwingende aanzuiveringsplicht
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS388294:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op het uitgangspunt van regelend recht moet een uitzondering gemaakt worden wat betreft de aanzuiveringsplicht, die nu is geregeld in art. 33 WvK. Als bij de vereffening van de VOF blijkt dat het vennootschappelijk vermogen ontoereikend is om alle schuldeisers te voldoen, dan kan een vereffenaar van de gewezen vennoten aanzuivering vorderen. De vennoten kunnen deze aanzuiveringsplicht niet terzijde stellen in de vennootschapsovereenkomst. Hiermee wordt voorkomen dat de zaakscrediteuren die een opeisbare vordering hebben op de VOF zich, zodra de vereffening is gesloten, alleen nog tot de hoofdelijk aansprakelijke vennoten kunnen wenden voor de voldoening van hun vordering. Tegenover de dwingende aanzuiveringsplicht staat dat op bijvoorbeeld van de ontbonden VOF uitgaande post niet vermeld hoeft te worden dat de VOF wordt vereffend. Zie over de aanzuiveringsplicht hoofdstuk 3 (paragraaf 2.4).