Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/6.2.3.1.3
6.2.3.1.3 (Beperking van) aansprakelijkheid bij de LLP
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS390352:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Wuisman 2011, p. 170.
Zie over deze ontwikkelingen de uitgebreide beschrijving van Wuisman: Wuisman 2011, p. 172-176.
Wuisman 2011, p. 175-176, Alberta Law Review Institute 1998, p. 63-64.
RUPA § 306(c).
Wuisman 2011, p. 176.
Hamilton betoogt dat deze full-shieldbescherming niet makkelijk te rechtvaardigen is. Het oorspronkelijke doel om maten van een partnership niet meer aansprakelijk te laten zijn voor fouten van andere maten, die zij mogelijk niet eens kennen, wordt hiermee voorbijgestreefd. Zie Hamilton 1995, p. 1087-1095. Opgemerkt in Blanco Fernández & Van Olffen 2007, p. 17.
RUPA § 306 Comment 3.
Zie bijvoorbeeld: New York Partnership Law § 26(c)(i), Code of W. Va. § 47B-3-6(d), WY Stat. § 17‑21-306(c), Ohio Rev. Code § 1775.14(C)(1).
Blanco Fernández & Van Olffen 2007, p. 31.
Bijvoorbeeld: Okl. Rev. Uniform Partnership Act § 54-1-309(b) vereist $ 500.000, Rev. Code of Wash. § 25.05.125(4) vereist $1.000.000, Tex. Civ. Stat. § 6132b-3.08(d) vereist $100.000 en Cal. Corp. Code § 16956(a)(1)(A) verbindt de hoogte van de vereiste dekking aan het aantal maten van de LLP.
Zie bijv. Cal. Corp. Code § 16956(a)(1)(B): ‘Maintaining in trust or bank escrow, cash, bank certificates of deposit, United States Treasury obligations, bank letters of credit, or bonds of insurance or surety companies as security for payment of liabilities imposed by law for damages arising out of all claims.’
Blanco Fernández & Van Olffen 2007, p. 39.
Wuisman 2011, p. 182.
Een van de belangrijkste redenen voor de invoering van de LLP was, zoals gezegd, de mogelijkheid tot aansprakelijkheidsbeperking van de maten voor verbintenissen van de partnership. Tot de introductie van de LLP stond het gebruik van de partnership gelijk aan hoofdelijke aansprakelijkheid van de vennoten voor verbintenissen van de vennootschap. Hoewel er in de VS een uitgebreide discussie over de principes en gevolgen van beperkte aansprakelijkheid heeft plaatsgevonden, is er, volgens Wuisman, bij de ontwikkeling van zowel de LLC- als de LLP-wetgeving weinig discussie geweest over de vraag, of, en in welke mate, het wenselijk is om de beperkte aansprakelijkheid uit te breiden naar niet-geïncorporeerde vennootschappen. Volgens Wuisman hielden staten zich vooral bezig met het beschermen van de belangen van ondernemers en beroepsbeoefenaren om zetelverplaatsing (naar een staat die wel een LLP beschikbaar stelde) te voorkomen. De explosieve groei van het aantal LLP’s werd vervolgens gebruikt als argument voor de stelling dat een dergelijke rechtsvorm wenselijk en efficiënt is voor de maatschappij.1 De beperking van de aansprakelijkheid komt bij de LLP voor in verschillende gradaties. Een belangrijk onderscheid dient gemaakt te worden tussen aansprakelijkheid voortvloeiend uit onrechtmatige daad en aansprakelijkheid voortvloeiend uit de overige verbintenissen (van de vennootschap). Het verschilt per staat voor welke verbintenissen de aansprakelijkheid van de maten beperkt is. Gedurende de ontwikkeling van de huidige LLP-wetgeving hebben zich hierin bovendien verschillende veranderingen voorgedaan.2 Hierna zal de huidige stand van zaken binnen de LLP-wetgeving kort worden geschetst. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de vennoten van een LLP in de partnership agreement van deze regels kunnen afwijken. Ook in overeenkomsten tussen de LLP en derden kan een ander aansprakelijkheidsregime overeengekomen worden. De LLP-wetgeving is immers, zoals gezegd, van regelend recht.
In de oorspronkelijke (Texaanse) regeling over de LLP werd de aansprakelijkheid uitgesloten voor een door een medevennoot gepleegde onrechtmatige daad, voortvloeiend uit een (beroeps)fout. Voor verbintenissen van de vennootschap, anders dan die uit onrechtmatige daad, bleven de vennoten hoofdelijk aansprakelijk. Ook waren zij aansprakelijkheid voor hun eigen (beroeps)fouten en de fouten van diegenen onder hun toezicht. De aansprakelijkheidsbeperking is in de periode hierna steeds uitgebreid. De staat Delaware was de eerste die de aansprakelijkheidsbeperking verruimde. Het waren echter de staten New York en Minnesota die in 1994 voor het eerst de aansprakelijkheid van maten voor de verbintenissen van de vennootschap volledig uitsloten.3 Dit wordt een full-shieldbescherming genoemd. Hoewel nog niet veel staten soortgelijke regelingen hadden ingevoerd, constitueerde de RUPA in 1996 een op de regelingen uit New York en Minnesota gelijkende bescherming.4 Inmiddels heeft 80% van de Amerikaanse staten de full-shieldbescherming ingevoerd.5 In al deze staten zijn de maten van een LLP dus niet aansprakelijk voor verbintenissen van de LLP voortvloeiend uit onrechtmatige daad en evenmin voor alle overige verbintenissen van de LLP.6 Deze bescherming is echter niet onbeperkt. Een vennoot blijft altijd aansprakelijk voor een door hemzelf gepleegde onrechtmatige daad, voortvloeiend uit een (beroeps)fout.7 In sommige staten is een vennoot daarnaast ook aansprakelijk voor personen die onder zijn (directe) toezicht vallen.8 Op deze aansprakelijkheid voor gebrekkig toezicht bestaat overigens kritiek, omdat vennoten hierdoor minder snel toezicht zouden willen uitoefenen vanuit de angst om aansprakelijk gehouden te worden voor fouten van ondergeschikten.9 Omdat schuldeisers van de LLP zich door de beperking van de aansprakelijkheid nog slechts op het vennootschapsvermogen kunnen verhalen, bieden sommige staten aanvullende bescherming. Aan deze aanvullende bescherming wordt op verschillende manieren gestalte gegeven. Zo verplichten sommige staten de LLP tot het afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering. De eisen die staten stellen aan het te dekken bedrag verschillen.10 Als alternatief voor het afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering is het in sommige staten ook toegestaan om een geldsom te reserveren die uitsluitend bedoeld is voor betaling van schuldeisers. De afscheiding van deze geldsom kan op verschillende manieren plaatsvinden, bijvoorbeeld door het houden van staatsobligaties of het verkrijgen van een bankgarantie.11 Ten slotte beperken sommige staten de mogelijkheden van de LLP om uitkeringen aan de vennoten te doen, bijvoorbeeld als de financiële situatie van de LLP dit niet toestaat.12 De RUPA, en daarmee een groot gedeelte van de Amerikaanse staten, kent echter geen verplichting tot het afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering of het afscheiden van een bepaalde geldsom, noch een verbod op bepaalde uitkeringen aan maten. In de praktijk worden vaak extra waarborgen opgelegd via de beroepsregels. Staten zijn zelf bevoegd om deze ethische regels op te stellen en deze regels gelden ook als de toepasselijke LLP-regeling zelf geen bepalingen bevat over de door de beroepsregels opgelegde verplichtingen. Wanneer in strijd wordt gehandeld met deze regels is dit (echter) geen grond voor civiele aansprakelijkheidstelling.13