Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/7.3.2
7.3.2 Pensioenregelingen die geen zuivere premieregeling zijn
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015,
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS597618:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2012, nr. 192; Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 264.
De Lange 1999, nr. 4.3. Het is ook om die reden dat een begunstigde die het pensioenfonds verlaat (bijv. wegens een overgang van onderneming) geen aanspraak heeft op uitkering van een evenredig deel van de in het fonds opgebouwde “overwaarde” (HR 24 september 1976, NJ 1978, 245, m.nt. Wachter en HR 25 november 1994, NJ 1995, 323, m.nt. Stein (Benschop)). Anders gezegd: de begunstigde heeft geen aandeel in het surplus. Zie ook de verwijzingen in Stein 1995 en Lutjens 1989, hoofdstuk 26, in het bijzonder p. 526-530.
Op dat punt houdt de vergelijking op. Immers, bij het passagiersvliegtuig doet zichhet probleem van de vestzak-broekzakverhaal of de sigaar uit eigen doos niet voor. Lijden de passagiers door een ongeluk schade, dan komt de schadevergoeding van de luchtvaartmaatschappij waarin zij (normaal gesproken) geen belangen hebben. Zij betalen niet indirect (mee aan) hun eigen schadevergoeding.
Bij pensioenregelingen die geen zuivere premieregeling zijn, ligt het beleggingsrisico bij het pensioenfonds. De toekenning van pensioenaanspraken aan de begunstigde behelst een bepaald resultaat. Ze is een resultaatsverbintenis.1 Afhankelijk van het type regeling is dat resultaat een bepaald eindkapitaal of een periodieke uitkering van een bepaalde hoogte. Weliswaar is bij de premieovereenkomst met omzetting premie in aanspraak op kapitaal of in aanspraak op uitkering, de waarde van dat bepaalde resultaat vooraf niet duidelijk. Dat doet er niet aan af dat het resultaat op zichzelf reeds vast staat, te weten de aanschaf van een kapitaalverzekering of van een periodieke uitkering.
Dit verduidelijkt dat een schending van de prudent person-regel op zichzelf niet tot schade leidt. Ook na schending van de prudent personregel behoudt de begunstigde zijn aanspraak. De prudent person-regel dient bij deze pensioenregelingen om de nakoming van de toegekende (en in de toekomst toe te kennen) pensioenaanspraken te verzekeren. Een schending van die prudent person-regel is nog geen tekortkoming in de nakoming van die verbintenis. Vallen de beleggingsopbrengsten tegen of zijn ze zelfs negatief, dan worden de buffers van het fonds aangesproken. “De gedefinieerde uitkomst van de pensioenregeling geeft in beginsel niet meer recht aan de pensioengerechtigde dan die overeengekomen uitkomst. De financiering is daarbij niet meer dan een hulpmiddel om de gewenste uitkomst te bereiken”.2
De prudent person-regel vervult bij deze pensioenregelingen eenzelfde functie als de veiligheidsvoorschriften aan een passagiersvliegtuig. De voorschriften dienen voor de veiligheid van de passagier. Zolang eventuele tekortkomingen echter niet tot ongelukken leiden, is er geen schade. Evenzo lijdt de begunstigde geen schade zolang zijn aanspraak niet (eventueel als gevolg van schending van de prudent person-regel) wordt aangetast.3
Hierboven stelde ik dat een schending van de prudent person-regel op zichzelf niet tot schade leidt. Daarvoor is meer nodig. Zo kan een schending van de prudent person-regel de financiële buffers van het pensioenfonds zodanig aantasten dat het fonds moet overgaan tot verhoging van de pensioenpremies, achterwege laten van indexatie of zelfs korting van de pensioenaanspraken. Daar ga ik in paragrafen 7.3.4 en 7.3.5 op in.