Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.2.2:II.4.2.2 Verband tussen aandelen en rechtspersoonlijkheid
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.2.2
II.4.2.2 Verband tussen aandelen en rechtspersoonlijkheid
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS496633:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2:23b BW.
Zie uitgebreid over contractuele samenwerkingsverbanden en omzetbelasting: Van Doesum 2009.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het voorbeeld van de VOC maakt duidelijk dat het fenomeen aandelen nauw verband houdt met de erkenning in het recht van het bestaan van andere subjecten dan alleen natuurlijke personen. Dit laat zich nader illustreren aan de hand van de (moderne) NV in het privaatrecht. De NV staat als rechtspersoon op basis van artikel 2:5 BW in beginsel aan een natuurlijke persoon gelijk voor het vermogensrecht. Degenen die als aandeelhouder een deelneming in een NV houden, zijn als het ware eigenaar van de NV. In die hoedanigheid hebben zij een zekere mate van zeggenschap over de gang van zaken binnen de NV en zijn zij uiteindelijk gerechtigd tot haar eigen vermogen. De bezittingen van een NV bestaan in eerste instantie uit het kapitaal dat de aandeelhouders inbrengen. Dit kapitaal is het eigen vermogen van de vennootschap. Spreken van eigen vermogen impliceert reeds dat de aandeelhouders geen directe aanspraak op terugbetaling hebben. De aanspraak van aandeelhouders is veeleer indirect. Zij krijgen uitgekeerd hetgeen de vennootschap zelf niet (meer) nodig meent te hebben. Deze uitkeringen hebben doorgaans de vorm van dividend.1 Daarnaast hebben de aandeelhouders bij ontbinding van de vennootschap recht op het liquidatiesaldo.2
Samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid, zoals maatschappen, zijn geen rechtssubject voor het privaatrecht. Desondanks kunnen zij een zekere maatschappelijke zelfstandigheid hebben. Hun bestaan kan daarom ook niet geheel worden ontkend. Als het bestaan van, bijvoorbeeld, een maatschap in een bepaalde context wordt erkend, ligt in de rede de positie van de maten te vergelijken die van aandeelhouders in een NV of een BV.3 Analoog aan de situatie bij de NV kan – in de betreffende context – worden gezegd dat de maten deelnemen of participeren in de maatschap en dat de maatschap een afgescheiden vermogen heeft.