De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.19.3.1.1:IV.19.3.1.1 Vertrauensschutz als grondwettelijke norm
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.19.3.1.1
IV.19.3.1.1 Vertrauensschutz als grondwettelijke norm
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS374126:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Maunz/Dürig 2014, art. 20 GG, Rn. 49.
Maunz/Dürig 2014, art. 20 GG, Rn. 50.
Maunz/Dürig 2014, art. 20 GG, Rn. 69 en Von Mangoldt, Klein en Stark 2010, art. 20 GG, Rn. 292.
Maunz/Dürig 2014, art. 20 GG, Rn. 69 en Epping/Hillgruber 2013, art. 20 GG, Rn. 184.
Epping/Hillgruber 2013, art. 20 GG, Rn. 188, met een verwijzing naar BVerfGE 14 maart 1963, NJW 1963/851. Zie ook Maunz/Dürig 2014, art. 20 GG, Rn. 95 e.v.
Maunz/Dürig 2014, art. 20 GG, Rn. 96.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Duitse equivalent van het vertrouwensbeginsel zoals wij dat in Nederland kennen is het Vertrauensschutzprinzip. Dit beginsel is, evenals in het Nederlandse recht, niet als zodanig gecodificeerd. Wel wordt het vertrouwensbeginsel geacht deel uit te maken van het (veelomvattende) art. 20 lid 3 GG. Deze bepaling luidt:
‘Die Gesetzgebung ist an die verfassungsmäßige Ordnung, die vollziehende Gewalt und die Rechtsprechung sind an Gesetz und Recht gebunden.’
Het samenstel van normen dat uit deze bepaling wordt afgeleid, wordt tezamen ook wel aangeduid als het Prinzip der Rechtsstaatlichkeit of Rechtstaatsprinzip. Onder dit beginsel vallen diverse belangrijke staats- en bestuursrechtelijke beginselen, zoals het rechtszekerheidsbeginsel (Rechtstaatsprinzip).1 Rechtszekerheid is een overkoepelende term voor die elementen van het Rechtstaatsprinzip die zien op wat wordt aangeduid als de ‘betrouwbaarheid van de rechtsorde’. Enerzijds betreft dit elementen welke zien op de duidelijkheid van overheidsbesluiten en anderzijds op bestendigheid daarvan. Een burger moet op overheidsbesluiten kunnen vertrouwen.2
In het Duitse recht wordt het vertrouwensbeginsel gezien als een onderdeel van het meer omvattende rechtszekerheidsbeginsel.3 In algemene zin beschermt het vertrouwensbeginsel het vertrouwen van de burger in de continuïteit van het recht.4 Hoe die bescherming in een concreet geval wordt vormgegeven, wordt aan de wetgever gelaten. Deze dient er bij het opstellen van een wettelijke regeling voor te zorgen dat aan genoemd beginsel recht wordt gedaan.5 Een voorbeeld van een regeling waarbij de wetgever dit heeft gedaan, is de regeling inzake de intrekking van beschikkingen zoals neergelegd in de paragrafen 48 en 49 VwVfG. Deze regeling wordt in algemene zin geacht in overeenstemming te zijn met het vertrouwensbeginsel.6