De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/3.4.1:3.4.1 Gebruik van een rechtsvorm: algemeen
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/3.4.1
3.4.1 Gebruik van een rechtsvorm: algemeen
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS384339:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Nederlandse recht kent verschillende rechtsvormen. Zoals reeds besproken in hoofdstuk 1 en 2, moet bedacht worden dat deze rechtsvormen elk hun eigen ontstaansgeschiedenis hebben: ze zijn met een reden gecreëerd. Deze reden was soms wel, maar meestal niet gelegen in de mogelijkheid tot het beperken van de aansprakelijkheid van de gebruiker.
Sommige rechtsvormen zijn van oudsher aan te merken als typische samenwerkingsvormen (zoals de personenvennootschappen). Deze vennootschappen bezitten in beginsel geen rechtspersoonlijkheid en het accent ligt bij deze rechtsvormen niet zozeer op het (kunnen) beperken van aansprakelijkheid als wel op flexibele samenwerking. Andere rechtsvormen zijn aan te merken als privaatrechtelijke rechtspersonen, als entiteit (onder andere BV, NV en coöperatie), en worden juist wel vaak gebruikt om de aansprakelijkheidsrisico’s die ondernemen met zich meebrengt op te vangen.
In de volgende paragrafen zullen de verschillende rechtsvormen getoetst worden op hun ‘aansprakelijkheidsvriendelijkheid’. In hoeverre beperken zij de aansprakelijkheid bij gebruik door samenwerkende beroepsbeoefenaren?
Omdat het aansprakelijkheidsvraagstuk niet altijd even gemakkelijk te doorgronden is, worden per rechtsvorm voor de helderheid steeds allereerst de theoretische mogelijkheden tot aansprakelijkheidstelling besproken. Hierbij wordt aangehaakt bij de algemene aansprakelijkheidsgronden zoals besproken in paragraaf 3.2. Na de bespreking van de theoretische mogelijkheden zal, per rechtsvorm, worden gekeken in hoeverre het mogelijk is om deze theoretische aansprakelijkheidsgronden te beperken en welke risico’s er dus uiteindelijk ‘onder aan de streep’ over blijven. Daarna zal de balans worden opgemaakt: in hoeverre is deze rechtsvorm ‘aansprakelijkheidsvriendelijk’?