De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/8.3.4:8.3.4 Wettelijke regeling van voortzetting?
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/8.3.4
8.3.4 Wettelijke regeling van voortzetting?
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS385855:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Wiersma 1970, p. 79.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Over het al dan niet bestaan van een voortzettingsbeding en de inhoud daarvan, kan getwist worden. Dit geldt in het bijzonder als de vennootschapsovereenkomst en/of het voortzettingsbeding niet schriftelijk zijn aangegaan. Zou men aanvaarden dat aan een voortzettingsbeding terugwerkende kracht kan worden toegekend, dan biedt dit geen oplossing voor het geval waarin een van de voormalige vennoten inmiddels is overleden. Iedere vennoot moet immers instemmen met een voortzettingsbeding.
Niet alleen voor vennoten, maar ook voor derden is het van belang dat duidelijkheid bestaat over de vraag of de VOF is ontbonden of voortgezet. Zo kan een zaakscrediteur er bij ontbinding van de VOF belang bij hebben zich te verzetten tegen een voorgenomen verdeling. Ook maakt het voor zijn verhaalsmogelijkheden verschil of zijn oorspronkelijke schuldenaar is voortgezet of dat na een eerdere ontbinding een nieuwe VOF is ontstaan. Op het afgescheiden vermogen van de nieuwe VOF heeft hij immers geen aanspraken. Een privéschuldeiser zal mogelijk beslag willen laten leggen op het aandeel van zijn schuldenaar in de gemeenschap van de ontbonden VOF.1 Zelfs als blijkt dat de VOF wel is voortgezet, kan het zijn dat derden er gerechtvaardigd op hebben vertrouwd dat de VOF was ontbonden. De vraag rijst dan in hoeverre zij aan dat vertrouwen rechten hebben ontleend die geëerbiedigd moeten worden.
Ik meen dat de wetgever dient te voorzien in een wettelijke regeling die voortzetting van de VOF als uitgangspunt heeft.