De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.19.5.2:IV.19.5.2 Nederland
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.19.5.2
IV.19.5.2 Nederland
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS380190:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1993/94 23700, nr. 3, p. 79-80.
Zie art. 4.2 lid 1 aanhef en onder h t/m m Wabo.
Stcrt. 1997, 246.
Tot op heden bestaat nog geen circulaire die is aangepast aan het nieuwe art. 4.2 Wabo. Art. 4.2 komt in belangrijke mate overeen met art. 15.20 lid 1 aanhef en onder a Wm (oud). Zie Klijnstra en Geerdes 2012, p. 83.
Zie hierover meer uitgebreid paragraaf 7.2.
Vgl. art. 4:126 lid 1 Awb.
Zie de artikelen 8:88 e.v. Awb.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bepalingen over financiële genoegdoening bij de intrekking van beschikkingen zijn in het Nederlandse recht schaars. Een voorbeeld uit het subsidierecht biedt art. 4:50 lid 2 Awb. Daarin is het volgende bepaald:
‘Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid, onderdeel a of b, vergoedt het bestuursorgaan de schade die de subsidie-ontvanger lijdt doordat hij in vertrouwen op de subsidie anders heeft gehandeld dan hij zonder de subsidie zou hebben gedaan.’
Compensatie wordt enkel geboden indien de subsidieverlening wordt ingetrokken vanwege onjuistheid daarvan, dan wel voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting verzetten. Art. 4:50 Awb bevat nog een derde intrekkingsgrond. Intrekking van de subsidieverlening is tevens mogelijk ‘in andere bij wettelijk voorschrift geregelde gevallen’. De wetgever heeft er uitdrukkelijk voor gekozen om, wanneer intrekking geschiedt op deze grond, niet een verplichting tot het bieden van schadevergoeding op te nemen. De gedachte is dat de subsidieontvanger in dergelijke gevallen rekening kan houden met intrekking, mits uit het betreffende wettelijk voorschrift voldoende duidelijk blijkt in welke gevallen de betreffende subsidiebeschikking kan worden ingetrokken.1 Als voorbeelden worden in de memorie van toelichting genoemd de situatie waarin de subsidieontvanger niet langer behoort tot de categorie van personen die in aanmerking komen voor de subsidie omdat zijn inkomen boven een bepaalde grens is gekomen of de situatie waarin de subsidie aan een vereniging kan worden ingetrokken, omdat het ledental onder een bepaalde grens is gekomen. Het betreft kort gezegd gevallen waarin de subsidieontvanger niet meer in aanmerking komt voor de subsidie.2
De schade die wordt vergoed op grond van art. 4:50 lid 2 Awb is ‘schade die de subsidie-ontvanger lijdt doordat hij in vertrouwen op de subsidie anders heeft gehandeld dan hij zonder de subsidie zou hebben gedaan’. Kort gezegd betreft het dispositieschade. Tot slot geldt op grond van art. 4:50 lid 2 Awb dat de schade bij het besluit tot intrekking wordt vergoed. Zowel intrekking als schadevergoeding vinden plaats op grond van hetzelfde besluit.
Een tweede voorbeeld van een compensatieregeling welke specifiek ziet op schade die is geleden ten gevolge van de intrekking, is te vinden in art. 4.2 Wabo. In dit artikel is bepaald dat degene tot wie een wijzigings- of intrekkingsbeschikking op grond van de artikelen 2.31 en 2.33 Wabo3 is gericht, een vergoeding ontvangt wanneer kosten worden gemaakt of schade wordt geleden welke redelijkerwijs niet of niet geheel voor zijn rekening behoren te komen. Voor de vraag wanneer iemand in aanmerking komt voor schadevergoeding en zo ja, tot welk bedrag, is de Circulaire Schadevergoedingen van belang.4 Deze circulaire vormt een uitwerking van de artikelen 15.20 en 15.21 Wm (oud) en is ook onder de Wabo van belang.5 Het betreft een op het égalitébeginsel gefundeerde schadevergoedingsregeling. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding is op grond van deze circulaire onder meer vereist dat sprake is van een causaal verband tussen de geleden schade en het intrekkingsbesluit. Voorts geldt dat het besluit leidt tot een onevenredige last voor de geadresseerde. Vergoeding van de schade vindt plaats naar billijkheid. Daarbij hanteert de circulaire een ondernemersrisico van ten minste 20%. Er vindt dus geen volledige schadeloosstelling plaats.
Voor het overige kan worden teruggevallen op rechtspraak.6 In veel gevallen wordt een beroep gedaan op het égalitébeginsel. De mogelijkheid om schadevergoeding te verkrijgen wegens onrechtmatig handelen door de overheid zijn beperkt, met name vanwege de formele rechtskracht. Wanneer een beschikking wordt ingetrokken omdat deze onjuist is, kan, gelet op de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak, worden betwijfeld of deze intrekking als een erkenning van de onrechtmatigheid van de beschikking wordt aangemerkt, welke een uitzondering vormt op de formele rechtskracht. Wordt aangenomen dat de intrekking geen erkenning van de onrechtmatigheid als hiervoor bedoeld oplevert, dan moet worden uitgegaan van de rechtmatigheid van de ingetrokken beschikking, en bestaat geen mogelijkheid tot verkrijging van schadevergoeding wegens onrechtmatig overheidshandelen.
Voor de volledigheid wordt nog gewezen op de meer algemene regeling inzake nadeelcompensatie welke op grond van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten in de Awb zal worden opgenomen. Deze wet is, met uitzondering van de bepalingen inzake nadeelcompensatie, reeds in werking getreden. De artikelen 4:126 e.v. Awb inzake nadeelcompensatie treden op een nader te bepaling tijdstip in werking. Het betreft een op het égalitébeginsel gestoelde compensatieregeling. Op grond van art. 4:126 lid 1 Awb kent het bestuursorgaan een vergoeding toe voor schade die is veroorzaakt in de rechtmatige uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid of taak, welke uitgaat boven het normaal maatschappelijk risico en die een benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft. Compensatie wordt toegekend op aanvraag bij afzonderlijk besluit.7 Op grond van dezelfde wet is inmiddels een regeling inzake schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht.8 Een belanghebbende kan hiertoe een verzoek indienen bij de bestuursrechter.