Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/7.8.5:7.8.5 Element v): Exploitatiebedoeling bij verkrijger en niet onmiddellijk vereffenen
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/7.8.5
7.8.5 Element v): Exploitatiebedoeling bij verkrijger en niet onmiddellijk vereffenen
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS416997:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in paragraaf 5.4.6 besproken ziet de exploitatiebedoeling met name op het feit dat de overnemende of verkrijgende partij de bedoeling moet hebben om de overgenomen handelszaak te gebruiken voor het voortzetten van een autonome economische activiteit.
Ik zie geen reden deze voorwaarde anders te benaderen in het geval van een juridische fusie dan in ieder ander geval van een bedrijfsoverdracht. Het betreft hier de fase ná overdracht (zie paragraaf 5.4.3) waarin sprake moet zijn van een algemeenheid van goederen. Hiervoor stelde ik vast dat wanneer de overdrager belastingplichtige voor de btw is en juridisch wordt gefuseerd, dit in beginsel betekent dat voorafgaand en tijdens de overdracht in ieder geval sprake is van een algemeenheid van goederen. In de laatste fase, de samenhang ná overdracht, ligt dit minder sterk voor de hand. Naar mijn idee zal in deze fase dan ook het grootste gevaar schuilen voor de toepasbaarheid van de geruisloze overgang. Ik verwijs op deze plaats naar paragraaf 5.4.3 en naar de hiervoor besproken mogelijke beperkingen, die eventueel gevolgen hebben voor de mogelijkheid van voortzetten of exploiteren.
Hierbij verdient opmerking dat het instrument van de juridische fusie niet zelden wordt gebruikt voor interne reorganisaties of concentraties in concernverband.1 Ook is de juridische fusie een geschikt middel voor het insourcen van externe activiteiten. In dit verband kan zich de situatie voordoen dat de activiteiten van de verdwijnende vennootschap vóór overdracht louter bestonden uit het verrichten van diensten aan de verkrijgende vennootschap. Na de juridische fusie is dan de vraag of nog sprake is van het exploiteren van de onderneming van de verdwenen vennootschap, aangezien dan slechts nog interne handelingen worden verricht, bijvoorbeeld tussen vennootschappen die onderdeel zijn van dezelfde fiscale eenheid.2 Naar mijn idee moet in een dergelijke situatie worden vastgesteld dat wordt voldaan aan het vereiste van voortzetting zoals door mij geformuleerd in paragraaf 5.4.3.3. Voortzetting heeft in dat verband met name betrekking op de vraag of hetgeen wordt overgedragen volstaat om een onderneming voort te zetten. Dat kan op zichzelf zeer wel het geval zijn. Het niet-liquidatievereiste heeft met name betrekking op de vraag of daadwerkelijk wordt doorgegaan met de activiteit en deze niet onmiddellijk wordt vereffend. Duidelijk is dat niet wordt vereffend, aangezien de activiteit, zij het intern, wordt voortgezet. Naar mijn idee kan in dergelijke omstandigheden de geruisloze overgang toepassing vinden. Dat past naar mijn idee bovendien binnen doel en strekking van de regeling.