De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.19.6.3:IV.19.6.3 Bevindingen
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.19.6.3
IV.19.6.3 Bevindingen
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS374131:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld het Wetsvoorstel terugvordering staatssteun (Kamerstukken II 2007/08, 31418, nr. 2).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Duitse recht wordt een oplossing van de problematiek inzake de indirecte uitvoering van Unierecht vooral gevonden in het nationale recht. De §§ 48 en 49 VwVfG dienen enkel als grondslag voor intrekking, terwijl aan de waarborgen welke in deze bepalingen zijn neergelegd nagenoeg geen betekenis toe komt. Terecht wordt in de literatuur opgemerkt dat deze bepalingen enkel fungeren als Durchsetzungshebel.
In het Nederlandse recht speelt eenzelfde problematiek. De waarborgen van bijvoorbeeld de subsidietitel kunnen niet altijd opgeld doen wanneer het Unierecht verplicht tot intrekking en terugvordering van een subsidiebeschikking. In Nederland vindt echter, in tegenstelling tot in het Duitse recht, geen modificatie plaats van de intrekkingsbepalingen. De gedachte is dat wanneer bijvoorbeeld de waarborgen welke uit het vertrouwensbeginsel voortvloeien niet kunnen gelden, elders een basis voor intrekking moet worden gezocht. Om die reden wordt regelmatig de vraag gesteld of een bevoegdheid tot intrekking direct kan worden ontleend aan het Unierecht.
De oplossing die in het Duitse recht wordt gekozen, wringt mijns inziens. De §§ 48 en 49 VwVfG worden verschillend toegepast al naargelang wel of geen sprake is van een Unierechtelijke situatie. Wenselijker is wellicht te zoeken naar een specifieke basis. Deze basis zou gelegen kunnen zijn in het Unierecht zelf, bijvoorbeeld een verordening, dan wel een specifieke basis in het nationale recht, welke ziet op de specifieke situatie waarin het Unierecht verplicht tot intrekking.1 Een dergelijke grondslag is echter niet steeds voorhanden. Een en ander zou kunnen worden ondervangen door in een algemene regeling inzake intrekking te voorzien in een grondslag hiervoor.