De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.3.1:II.3.1 Algemeen
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.3.1
II.3.1 Algemeen
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS382529:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Alvorens in te gaan op vragen die betrekking hebben op de wijze waarop de intrekkingsbevoegdheid uitgeoefend dient te worden, moet eerst de vraag worden beantwoord of überhaupt een bevoegdheid tot intrekking bestaat. Deze vraag staat in dit hoofdstuk centraal. In de eerste plaats wordt aandacht besteed aan het bestaan van een bevoegdheidsgrondslag voor intrekking. Daarbij wordt, naast de in de wet geregelde bevoegdheid tot intrekking (paragraaf 3.2.1), tevens stilgestaan bij de ongeschreven bevoegdheid (paragraaf 3.2.2). Vervolgens komt de wijze waarop de intrekkingsbevoegdheid is vormgegeven aan bod (paragraaf 3.3). Onderscheid wordt daarbij gemaakt tussen de gebonden en discretionaire intrekkingsbevoegdheid en de relevantie van dit onderscheid.