Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/168:168 Een nieuwe voorrangsregel?
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/168
168 Een nieuwe voorrangsregel?
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 22-08-2025
- Datum
22-08-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD23352:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vranken gaat er vanuit dat in een dergelijke situatie zowel de cedent als de cessionaris inningsbevoegd is; kennelijk neemt hij aan dat beiden rechthebbende tot de totale vordering zijn. De cessionaris heeft echter in zijn visie een door de Hoge Raad in het leven geroepen, buitenwettelijke voorrang: hij gaat voor bij de inning en heeft een voorrangsrecht op het in weerwil van zijn voorrang door de cedent geïnde tot het bedrag waarvoor de vorderingen aan hem zijn overgedragen.1
Gevolg van deze voorrangsregel zou zijn, dat een faillissement van de cedent de cessionaris niet zou raken: tot het faillissementsvermogen zou slechts de vordering behoren die resteert nadat het aan de cessionaris toekomende bedrag is geïnd. Wordt desondanks een bedrag geïnd door de cedent of diens curator vóórdat de cessionaris het hem toekomende bedrag heeft ontvangen, dan zou dit door de curator aan de cessionaris moeten worden afgedragen.2
Het is de vraag of deze interpretatie houdbaar is. Zou de Hoge Raad inderdaad een nieuwe voorrangsregel hebben willen introduceren, buiten de wetgever om, dan had het voor de hand gelegen dat de Hoge Raad zulks had gemotiveerd. De Hoge Raad geeft die motivering, zoals Vranken ook zelf aangeeft, echter niet.3 Daar komt bij dat de Hoge Raad in het arrest niet overweegt dat de cessionaris voorgaat bij de inning of een voorrangsrecht heeft op het geïnde. De Hoge Raad overweegt weliswaar dat na inning door de cessionaris van het hem toekomende bedrag aan de cedent de vorderingen toekomen voor zover deze nog niet zijn geïnd door de cessionaris, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat de cedent de cessionaris moet laten voorgaan.4
Verhagen en Rongen hebben een ander standpunt ingenomen. Zij wijzen de argumenten van Vranken voor de voorrang van de cessionaris weliswaar af, maar nemen wel voorrang aan van de cessionaris in geval van cessie van meerdere vorderingen op dezelfde debiteur. De cessionaris zou in een dergelijk geval vóór de cedent gaan bij de inning en een voorrangsrecht hebben op het geïnde indien en voor zover hij het hem toekomende bedrag nog niet heeft geïnd. Zij beargumenteren echter niet waarop die voorrang gebaseerd is.5